Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-89
54. Bepaling van de geogkaphische lengte van eenige plaats.
In (26) is gezegd dat het verschil in lengte van twee plaatsen
bepaald wordt door den hoek, dien hare meridianen met elkander
vormen, en dat de lengte van eene plaats gelijk is aan den hoek,
dien haar meridiaan met den als eersten aangenomen meridiaan
maakt. Die hoek of het verschil in lengte kan op verschillende
wijzen bepaald worden. Hier geven wij daarvoor de volgende we-
gen aan.
Vooreerst kan men op twee plaatsen, waar uurwerken naar ster-
retijd geregeld zijn, den tijd van culminatie van eenige ster waar-
nemen. Is op de oostelijkste plaats die tijd t en op de westelijkste
t', dan is t' — t het verschil in sterretijd van die plaatsen, en daar
volgens (16) 1 uur verschil in tijd met 15° verschil in lengte
overeenkomt, zoo heeft men t' — t in uren uitgedrukt met 15, in
minuten uitgedrukt met ^ of in seconden uitgedrukt met te
vermenigvuldigen om in graden het verschil in lengte bepaald te
hebben.
Een ander middel levert de zonnetijd op. Zijn bijv. op twee
plaatsen uurwerken naar den waren, of naar den middelbaren tijd
geregeld, dan kan men door gelijktijdig eenig plotseling verschijnend
lichtsignaal, of een signaal met den electrischen telegraaf waar te
nemen, uit het verschil in tijd, even als boven, het verschil in
lengte bepalen.
Op zee bepaalt men de lengte met behulp van chronometers of
uurwerken, welker gang volkomen regelmatig is. Deze uurwerken
worden bij de afvaart van een schip gelijk gesteld met de plaats-
van vertrek, of met de plaats ten opzigte waarvan men het ver-
schil in lengte wil kennen, en daarom worden zij veelal gelijk ge-
steld met den middelbaren tijd van Greenwich. Vindt men nu
op eenige plaats dat de middelbare tijd met dien verschilt, welke
door den chronometer aangewezen wordt, dan is dit tijdsverschil
voldoende om de lengte van de plaats naar den meridiaan van
Greenwich te bepalen. — Is de chronometer vóór bij den middel-
baren tijd op eenige plaats, dan ligt zij westelijk, en is de chro-
nometer bij dien tijd achter, dan ligt de plaats oostelijk van
Greenwich.
Uit een en ander volgt dat de zeeman bij eene reis om de Aarde
in westelijke rigting volbragt, als hij de dagen telt naar den op-