Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-85
vau de ekliptika draagt dus den naam van het sterrebeeld, dat thans
oostelijk daarvan gelegen is.
Vfaagsiük XXXVIII. Stel met de globe de parallele, de regte
en de schuine sfeer voor.
Oplossing. Breng de pool des hemels in het toppunt. Wentelt
men nu de globe om de as, dan zullen alle sterren zich evenwijdig
aan den horizon bewegen. Dit stelt de parallele sfeer voor. —
Brengt men een punt van den aequator iu het toppunt, dan zullen
alle. sterren halve cirkels boven den horizon beschrijven, welke
loodregt op den horizon staan. Dit is de regte sfeer. — Brengt
men eenig ander punt in het toppunt, dan zullen alle cirkels door
de sterren beschreven, schuin staan ten opzigte van den horizon.
Dit is de schuine sfeer.
Men zal iigt inzien dat eeni.re vraagstukken voor de Aardglobe
opgegeven, ook met de Hemelglobe opgelost kunnen worden.
7. BEPALING VAN EENIGE ASTRONOMISCHE
GROOTHEDEN.
50. Bepaling van den meridiaan-. Een der belangrijkste zaken
tot het bepalen van sommige astronomische grootheden is de kennis
van de juiste rigting van den meridiaan. Om dezen tc bepalen,
kan men gebruik maken vau de schaduw van eenig voorwerp. —
Nemen wij aan dat dc Zon evenveel vóór als na den middag even
hoog boven den horizon staat, hetwelk echter alleen het geval zal
zijn in den tijd der solstitiën (30), dan zal de schaduw van een
regtstandig voorwerp, evenveel voor als na den middag, op een hori-
zontaal vlak even lang moeten zijn, en op den middag het kortst
wezen. Trekt men nu op een horizontaalvlak uit eenig punt eenige
concentrische cirkels, en plaatst men in het middelpunt loodregt op
dat vlak een staafje, dan zal dit op eenig uur vóór den middag
eene schaduw werpen, welker top in een van die cirkelomtrekken
eindigt. Dit punt teekent men aan. — Nu wordt de schaduw tot
den middag korter, maar na deu middag groeit zij weder aan en
het einde van de schaduw zal eindelijk denzelfden cirkel weêr be-
reiken. Dit punt teekent men weder aan. — Deelt men nu door