Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
m verpligtingen van den Staat belioorcn, evenwel zonder
het regt van den Staat om dit onderwijs aan de in-
gezetenen op te dringen. Zijn er enkelen, die van dit on-
derwijs geen gebruik willen maken, welnu, zij moeten
hierin vrij zijn. Afgezien van andere gronden van
staatswijsheid en staatsbelang, die ons bestek niet ge-
doogt hier te ontwikkelen, behoort het hooger onder-
wijs daarom reeds tot de attributen niet van eorporatiën,
gemeenten of gewesten, maar tot die van den Staat, omdat
sleehts een minime gedeelte van de bevolking het liooger
of het speciaal academisch onderwijs geniet en men van
geene corporatie, geene gemeente en geen gewest kan vor-
deren, dat zij ten behoeve van enkelen de exorbitante
kosten hunner vorming dragen. Dit is juist het doel van
het leven in den Staat, dat daar, waar de krachten van
enkelen niet toereiken, de medewerking van allen daarin
voorziet. Indien wij aannemen, dat jaarlijks vijf-en-twintig
jonge lieden, ingezetenen van Amsterdam, in een of meer der
geleerde vakken promoveren, en de Amsterdamsche Universi-
teit jaarlijks op het budget der stad voor / 50000 staat uit-
getrokken , dan kost elke promotie aan de gemeente de som
van ƒ2000. Is dit billijk, en kan men zulke opofferingen
van de ingezetenen vorderen? Ja, indien liet groote getal uwer
predikanten, geneesheeren, regters, advocaten, hoogleeraren
en onderwijzers op geene andere wijze gevormd kan wor-
den; •— neen, indien eene andere gelegenheid daartoe be-
staat. Nu behoeft het geen betoog, dat deze gelegenheid
hier te lande ruim aanwezig is; geen land, met uitzondering
van België, heeft zoo vele academiën of universiteiten als
Nederland. Zelfs het geleerde land -par ewcellence, het na-
burige Duitschland, laboreert niet aan zoo vele universitei-
ten als het onze. Pruissen, met eene bevolking van achttien