Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
Een tweede en veel grooter bezwaar bestaat daarin, dat
een gedeelte der bevolking, die wij in het oog hebben,
gelijk wij hierboven hebben betoogd, er volstrekt geene be-
hoefte aan gevoelt, de kinderen meer dan het lager onderwijs
te doen genieten. Hoe velen zijn er niet, die het nee plus
uUra van bekwaamheid cn kunde zien in een mooi schrift,
in het schrijven — of liever teekenen — van een mooi hoofd
in een rekening-courantboek? Zulke begrippen zijn een na-
tionale ramp. — Reden te meer, om scholen te openen
en het jongere geslacht tot andere denkbeelden te brengen.
Aanvankelijk zullen de scholen minder druk bezocht zijn,
maar de voordeden van een goed onderwijs zullen weldra
aan de geheele bevolking de oogen openen, en zij zal aan
het bestuur dankbaar zijn voor de zegeningen, die dit onder-
wijs noodzakelijk zal verspreiden. Ons stelsel van scholen,
waarin trapsgewijze het lager en middelbaar onderwijs wordt
gegeven, zal daartoe niet weinig bijdragen, omdat de ouders,
bij het plaatsen hunner kinderen in de laagste klasse, van
zelf den weg naar de hoogste zullen zien geopend.
Wij eindigen onze beschouwingen met de verzekering,
dat wij aan Amsterdam van harte eene inrigting voor hoo-
ger onderwijs gunnen, en dat wij vooral in het belang on-
zer kinderen, die wij dan bij ons zullen kunnen houden,
ons zullen verheugen, dit ideaal van velen onzer achtens-
waardige stadgenooten weldra verwezenlijkt te zien. Wij
wenschen echter, dat dit niet geschiede ten koste van de
bevolking dezer stad, die reeds zoo vele lasten heeft te
dragen. Wij wenschen vooral, dat, wanneer de gemeente
iets voor het onderwijs wil doen, zij voorzie in de drin-
gende behoefte aan een algemeen middelbaar onderwijs
ten behoene van de geheele bevolking en in het belang van
de geheele natie. Wij smeeken het Bestuur en de verte-