Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
ier bclooniiig en aanmoediging van lien die o]) de lagere
scholen hebben uitgemunt, een beperkt getal zonder beta-
ling van schoolgeld en andere tegen betaling der helft
kunnen toelaten. De propaedeutica op de academiën behoort
te worden afgeschaft en vervangen door eene hoogste klasse
van liet gymnasium met eenen tweejarigen cursus. Aan de
studie der oude talen raag geen de minste afbreuk worden
gedaan; integendeel zij moet zooveel mogelijk verl)eterd
en, althans wat de Latijnsche taal aangaat, dienstbaar ge-
maakt worden ook ten behoeve van hen, die zich niet aan
een der zoogenaamde geleerde vakken toewijden. Wij heb-
ben reeds gelegenheid gehad in dit geschrift de aandaclit te
vestigen op de grondige studie dezer taal, als een middel om
het verstand te scherpen en te beschaven, üe juiste
kennis van het gebruik der naamvallen, der participia,
der partikelen enz. veronderstelt reeds eenen hoogen graad
van denkvermogen en van ontwikkeling, en dus kan de
studie dezer taal niet genoeg aangemoedigd worden. Wij
spreken nog niet van de hoogere syntaxis, die meer scherpt
dan een driejarige speciale cursus in de logica.
Maar dit neemt niet weg, dat het gymnasium nog daar-
enboven, en zelfs in de eerste plaats, eene school \ooi-alge-
meene vorming kan en moet worden. Het is tc betreuren,
dat men zich hier ter stede na eene eerste proef zoo spoe-
dig heeft laten ontmoedigen door de 2<lc afdeeling van liet
Gymnasium op te heften.
In het algemeen zal de vraag of men afzonderlijke gym-
nasiën moet onderhouden of ze met zoosenaamde real-
O
scholen vereenigen, eerst dan hare oplossing vinden, wan-
neer men het eens is over de vraag, of het stelsel van
schoolhouden, hetwelk tot dusverre bijna in alle landen
heerscht cn waartegen ccne inagtige reactie opkomt, moet