Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
der bevolking, lietwelk niet i n de categorie der tussehen- cn armen-
scholen valt, was het eenige gezonde beginsel, met toepas-
singvan een laag tarief voor schoolgeld en wel ƒ20 'sjaars
als maximum voor elk kind. Bij de uitbreiding dezer
scholen ter dienste van het middelbaar onderwijs, zoude
men liet schoolgeld voor de 2 of 3 hoogste klassen op
ƒ50 als maximum kunnen verhoogen.
Op deze wijze zal men, met betrekkelijk geringe kosten,
eene volledige organisatie van liet onderwijs verkrijgen,
gescliikt om onder alle klassen der bevolking kunde en be-
schaving te verspreiden.
Wij achten het nuttig om ook hier ter plaatse van het
Gymnasium te spreken. Indien wij beweren, dat, met
uitzondering der natuurkundige faculteit, de academiën
kunnen worden gemist, zijn wij echter van oordeel, dat
het gymnasium is of dient te zijn de zetel van het eigenlijke
hooger onderwijs. Hetgeen de godgeleerde, de regtsgeleerde
en de literator meer moeten weten dan op het Gymnasium
onderwezen wordt of althans dient onderwezen te worden,
kan zuiver autodidaktisch zijn, en het is onnoodig ten dien einde
speciale faculteiten op te rigten of te onderhouden. Enkele
geleerden, door het geheele land verspreid, zullen zich
daarenboven gaarne aan de vorming van jongelieden tot
predikanten, regtsgeleerden en philologen wijden. Het is daar-
om, dat aan de verbetering der gymnasiën en aan de uit-
breiding van het gymnasiaal ouderwijs alle zorg der Ilege-
nng moet worden besteed; zij moeten de eigenlijke en
ware kweekscholen voor verspreiding van beschaving, kunde,
smaak en geleerdheid zijn en opengesteld worden ook voor
hen, die niet in staat zijn hooge schoolgelden te betalen.
Een maximum van ƒ5ü 'sjaars is voldoende cn, ten einde
het kostelooze onderwijs niet tot regel te maken, zoude men.