Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page

28
het stelsel van kasten niet alleen bestendigd cn bevestigd,
maar zelfs gereorganiseerd. Wij zullen hebben armen-, tus-
sclien- en drie klassen van burgerscholen naar het bedrag
der schoolgelden. Het is als eene ramp te beschouwen, dat
men in de noodzakelijkheid is afzonderlijke armenscholen
op te rigten en te onderhouden, maar waarom heeft men de
hatelijke benaming armenschool niet door «iafechool of
vrijsc\\oo\ vervangen? Moeten deze ongelukkige wezens
reeds in hunne vroegste jeugd leeren, dat zij behooren tot
de parias der maatschappij, die van de geboorte bestemd
zijn in het erfelijke proletariaat te blijven ? Hun gedurig
herinneren, dat zij behooren tot de armen en bedeelden,
is hen daartoe opleiden. Waarom hebt gij, in plaats van
hemden en housen te beloven, niet aan deze ongelukkigen
het vooruitzigt gegeven, dat zij, als belooning voor goed
gedrag, vlijt, reinheid en zuiverheid, op de tusschenscholen
kunnen worden geplaatst? Waarom niet deze deur geopend
aan verheffing uit dezen staat van maatschappelijke outlawry ?
Maar neen! de verordening heeft niets voor verheffing ge-
daan; integendeel, met eene onverklaarbare kortzigtigheid
heeft men hen zelfs naar de armenscholen verwezen, die
niet in staat zijn het schoolgeld op de tusschenscholen te
betalen. Dit was de grootste misslag; de vrees, dat men
jaarlijks eenige honderd gulden schoolgeld (— welligt
eenige duizenden —) zal ontduiken, was bij ugrooter, dan
dc vrees hen, die nog geen deel van het proletariaat uit-
maken, te demoraliseren en zoo doende de sluizen daartoe
te openen. Dit is consequent het stelsel, hierboven op
den voorgrond geplaatst, huldigen en wettigen, te weten:
geene opUimming, wel daling. Wij kunnen wel beseften,
dat gij burgerkinderen, die het hooge schoolgeld op uwe
puike, puik-puike en puikste burgerscholen (//naar het be-