Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
zooveel te meer, omdat de regering en 's lands vertegen-
woordiging zullen zorg dragen, dat het middelbaar ondervv ijs
kleurloos, of althans vrij van plaatselij keu invloed en van
zekere rigting, blijft. Wil Amsterdam echter zijnen eigenen
weg bewandelen, uit vrees dat de //zedelijke kracht" tus-
schentijds gevaar loopt te verzwakken, wil Amsterdam eene
belangrijke som ten koste leggen voor dit //behoud der ze-
delijke kracht," welnu, men hefie het Athenaeum op,
zegge vaarwel aan de glorie eener Universiteit, en or-
ganisere een middelbaar onderwijs voor de geheele bevol-
king, voor de duizenden jongelingen, die buiten staat zijn
een ander onderwijs te genieten dan het lagere. Velen on-
der de gegoede en beschaafde klassen zijn tot de overtuiging
gekomen, dat de tallooze burgerscholen en instituten, waar
huime kinderen onderwezen worden, niet meer voldoen aan
de eischen van onzen tijd. Gemis aan onafhankelijkheid
der onderwijzers, versnippering der leerkrachten, gebrek aan
eene strenge en onpartijdige discipline even als aan eenen
krachtigen wedijver onder de jongelingen, bekrompene be-
grippen en vooroordeelen, die door het gedurige tezamen-
zijn van jongelingen uit dezelfde maatschappelijke kaste
moeten worden gevoed en onderhouden, zijn onvermijdelijk
bij het tegenwoordige stelsel van opvoeding. Daarenboven
zijn de bijzondere scholen bf te duur bf te slecht.
Men zal ons verwijten, dat wij niet genoeg gelet hebben
op de nieuwe verordening van den raad der gemeente Am-
sterdam op het lager onderwijs, door over het hoofd te
zien, dat men bij de nieuwe inrigting van het lager ouder-
wijs zelfs verder is gegaan dan de wet eischt.
Die verordening is ons genoegzaam bekend, en hierboven
hadden wij reeds de gelegenheid om er met eenige woorden
van te gewagen. Met deze organisatie heeft Amsterdam