Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
//zedelijke kracht'" zoudt geven, zich te verheffen? Gij
zoudt heti thans welligt als chefs van Nederlandsche coni-
missiehuizen in de rijsthavens van Aracau, te llio-de-Janeiro,
Buenos-Ayres, Valparaiso, Laguayra, Guatemala, San Pran-
cisco, Galveston, New-Orleans enz. vinden; de handel en
de scheepvaart, die zij hun vaderland zouden aanbren-
gen , stelden u in staat uit eigen middelen de achttien
millioen uit te geven voor den zoo onmisbaren zeeweg.
Wij vreezen niet het anathema, dat zekere partij over
ons en onze beschouwingen zal uitspreken; wij weten, dat
men ons zal beschuldigen, het zuivere materialisme voor te
staan en te prediken, en te trachten zekere klassen der be-
volking te demoraliseren door behoeften bij haar te doen ont-
staan, die zij niet kennen en, om gelukkig te zijn, niet
behoeven te kennen; dat wij er op uit zijn, de nede-
righeid, bescheidenheid en eenvoudigheid van een over-
groot gedeelte der Amsterdamsclie bevolking te vernietigen,
door haar eerzuchtig te maken en de begeerte naar rijkdom
op te wekken. Welligt zal men ons zelfs van een vergrijp
tegen de bestaande orde beschuldigen. Maar wij herhalen
het, wij vreezen deze beschuldiging niet; wat wij wenschen,
is eene groote bevolking te verheffen, hare stoffelijke en
zedelijke krachten, die thans tot groot nadeel der gelieelc
natie sluimeren, op te wekken en te ontwikkelen. Wij ken-
nen de middelen, waarover onze natie kan beschikken en
willen, dat deze strekken tot welzijn en voorspoed van allen
zonder onderscheid van kaste of stand. Hetgeen gij in den
individu prijst en eerbiedigt, hetgeen gij noemt eene legi-
time ambitie om opwaarts te streven, kunt gij in de massas
niet laken. Wij eerbiedigen en beminnen nederigheid, be-
scheidenheid en eenvoudigheid, maar wij beweren, dat zij
moeten gepaard gaan met een onophoudelijk en krachtig