Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
2:3
lieiiide en ver zich te vestigen om de relatiiin van het va-
derland uit te breiden, tenzij de uitvoering van dat groote
werk onze jongelingschap aanspore om het zeegat uit, in
de wijde wereld om zich heen te tasten; maar om dit met
vrucht te kunnen doen, zijn stoffelijke middelen minder
waard dan een wel toegeruste geest. Er is slechts één
middel van regeneratie, en dat is: uitbreiding van het zoo-
genaamde middelbaar onderwijs onder alle klassen der
maatschappij. Knowledge is power; — de hoogere ver-
standsontwikkeling en het verkrijgen van solide kennis
verheffen den mensch zedelijk; hij streeft naar eene hoogere
spheer, terwijl hij geleerd heeft haar op eene eervolle wijze
te bereiken. De beschaafde man heeft meer behoeften,
vooral die om zich onafhankelijk te maken; gedreven door
eene legitime eerzucht, weet hij hulpbronnen te scheppen en
te openen, die voor den bekrompen geest gesloten blij-
ven. De intellectuele ontwikkeling is dus de voornaamste
bron van rijkdommen, vooral in onzen tijd; ongelukkig
zij, die volhouden, dat even als vroeger, bedrijvigheid,
zuinigheid of het blinde toeval alleen den weg tot welvaart
zijn. [n den binnen- en klein-handel mogen gezond ver-
stand allééu, sluwheid en activiteit dikwijls voldoende wezen ;
in onzen tijd echter van een algemeenen wedloop wordt
meer dan een gewone ondernemingsgeest vereischt, om bui-
ten de grenzen van zijn geboorteland vaste en voordeelige
handelsrelatiën aan te knoopen. Jongelieden uit rijken
huize zijn daarom minder ondernemend, omdat zij den
prikkel missen van de zucht om door het bezit onaf-
hankelijk te worden. Dit ligt in de menschelijke natuur
en, hoewel het vrij algemeen geschiedt, is het echter
onregtvaardig onze Heeren- en Keizers-grachten vadzigheid
en gebrek aan ondernemingsgeest aan te tijgen; zij zijn