Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
een aanzienlijken handel met — of beter van — Noor-
wegen, — waarom zien wij geen Nederlander zich aldaar
als agent of commissionair vestigen ? Zullen onze geldmannen
niet gaarne hunne kapitalen aan hunne landgenooten toe-
vertrouwen en de bekwame, ijverige, eerlijke, doch onbe-
middelde jonge lieden ondersteanen, indien deze, behoorlijk
met kunde en beschaving toegerust, zich in verwijderde
streken vestigen? De kracht der beide magtige handelsste-
den Hamburg en Bremen is juist daarin gelegen, dat zij
door de geheele wereld met hare kinderen, met hare
eigene burgers in betrekking staan. Daardoor alléén is wer-
kelijke handel, ruilhandel, dat is: import op export geba-
seerd, mogelijk. Dit wordt ook reeds bevestigd door onzen
handel op en van Java; tot dusverre zijn het nog betrek-
kingen dikwijls tusschen leden van dezelfde familie, meestal
tusschen vrienden en landgenooten. Geen land in de we-
reld heeft eene betere ligging dan Nederland; het ontbreekt
ons niet aan kapitalen en aan littoraal; Nederlandsche eer-
lijkheid en goede trouw is eene overal gangbare munt: —
waarom kunnen wij niet met andere volkeren, immers met
steden gelijk Bremen, wedijveren? Onze instellingen zijn
ons niet in den weg; integendeel, zij laten ons souverein
onzer handelingen en bevorderen onzen stoffelijken en zede-
lijken voorspoed. Desniettemin tellen wij slechts nog alléén
als slijters onzer Oost-Indische producten; wij hebben alleen
den handel, dien men ons hrengi; het ontbreekt ons aan
krachten om den handel te halen. Wir sehen den Wild vor
latiter Bäumen nicht, cn wij gelooven alles gedaan te heb-
ben, door 3 millioen gulden tegen 3 % ten behoeve van een
nieuwen zeeweg uit tc zetten.
Het nieuwe kanaal op zich zelf zal onzen toestand niet
verbeteren, zal onze jongere generatie niet meer uitlokken