Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
•20
veerd in plaats van geregenereerd: — de staf over die
leer is reeds lang gebroken! — De sociaal-politieke kwestie
beweegt zich niet meer op het gebied der polemiek: of
aristocratie dan wel democratie. Immers wij willen ons op-
zettelijk op het terrein der aristocratie plaatsen cn zeggen:
slechts aan iiet gegoede en verlichte deel der natie moet
een invloed op het bestuur van het land of de gemeente
gegeven worden; maar de vraag is, of er als het ware
eene erfelijke of traditionele gegoede en verlichte klasse
moet blijven bestaan, dan wel of er eene gedurige rccrutc-
ring, een opklimmen uit de lagere naar de hoogere klassen
moet plaats hebben, als het ware eene permanente regene-
ratie, gelijk wij dit zien bij die natiën in Europa, welke de
wereld regeren: de hegemonen Erankrijk, Engeland en
Duitschland. Dit door de natuur gebodenc proces is hier
te lande, vooral in de hoofdstad, weinig zigtbaar. Het is
opmerkelijk, hoe weinige parvenus (in den goeden zin van
het woord) in het volkrijke Amsterdam gevonden worden;
de vreemdeling, die na een tijdsverloop van 20 jaren binnen
onze muren terugkeert, vindt denzelfden toestand, dezelfde ge-
slachten, hetzelfde maatschappelijke status quo. De verhou-
ding van de dalende individuen en geslachten tot de rijzende is
ten nadeele van laatstgenoemden. Van waar dit treurige, met
de natuurwetten strijdige verschijnsel? Omdat, wanneer men
de bevolking onzer stad verdeelt in vijf klassen of lagen,
de drie onderste couches weinig gelegenheid hebben om op
te klimmen. Nu is het eene waarheid, dat er enkelen
zijn, die, door de fortuin begunstigd, door spaarzaamheid
en vlijt tot middelen komen cn daardoor in eene hoogere
klasse opklimmen, maar hun getal is gering en het ken-
merk van de verscheidene klassen dor bevolking, de meer of
mindere graad van beschaving, verandert niet met hunne