Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
vreemde taal, die hun met zoo vele moeite als het ware
wordt ingepompt, en hoe weinigen zijn er, die al ware het
slechts een flaauw denkbeeld hebben van Fransche, Engelse he
en Hoogduitsche letterkunde? Het zij verre van ons, de
studie van vreemde talen van onze scholen te willen ver-
bannen; integendeel, wij houden vol dat wij ze meer noo-
dig hebben dan andere natiën, omdat onze landtaal door
den vreemdeling weinig wordt gekend en gewaardeerd, ja —
wij zien in de grondige studie van vreemde talen een mag-
tig middel van beschaving, vorming en verstandsontwik-
keling; ja wij erkennen openhartig, dat, moesten wij
kiezen zelfs tusschen de zoo geroemde en roemenswaardige
Grieksche en de Engelsche litteratuur, wij aan den rijkdom
van laatstgenoemde de voorkeur zouden geven, — maar de
aard en wijze, hoe bij ons de jongelieden in hunne beste en
eenige leerjaren met talen worden gevoed, is in strijd met
de gezonde begrippen van hedendaagsche opvoeding en laat
het verstand onontwikkeld.
Wij vreezen echter af te dwalen; immers het is onze
bedoeling niet, om in nog meer paedagogische bijzonderheden
te treden. Waren onze inrigtingen van middelbaar onderwijs, dc
zoogenaamde Eransche en andere particuliere scholen voor ieder
toegankelijh, wij zouden vooralsnog het stilzwijgen bewaard
hebben; wij beoogen alleen onze denkbeelden uiteen te zet-
ten over de middelen door het Stedelijk Bestuur aan te
wenden, //om de zedelijke kracht van Amsterdam te be-
houden." Wij hebben ten dien einde op Duitschland
gewezen, om te betoogen, dat aldaar het zoogenaamd
middelbaar onderwijs is algemeen en toegankelijk voor ieder,
althans voor de stedelijke bevolking. Daaraan bestaat in
geheel Nederland en vooral in Amsterdam een groot ge-
brek; aan den kleinen en midden-burgerstand ontbreekt