Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
14.
breuken; wiskunde, zelfs de beginselen van meetkunde en arith-
metica, behooren tot het middelbaar of hooger onderwijs. Immers,
men is nog verder gegaan en heeft de beginselen der kennis
van de levende talen ook in het lager onderwijs gebragt,
waardoor men aanleiding heeft gegeven tot het oprigten van
kaste- en //fatsoenlijke" scholen, gelijk de vrij kostbare
burgerscholen binnen Amsterdam. Burgerscholen, zoo als de
Amsterdamsche verordening ze kent en waarin de beginselen
van drie vreemde levende talen onderwezen worden, moeten
plaats maken voor vreemde bonnes, gouvernanten en fashio-
nable instituten, waar men fransch //parleert" en de moe-
dertaal alléén bezigt voor den noodzakelijken omgang met dc
dienstboden. Onze burgerscholen zullen eene heerlijke ge-
legenheid zijn, oni hellners te vormen.
liet eenigc onderwijs, hetwelk op de overgroote meerder-
heid der bevolking een invloed vermag uit te oefenen, is
het zoogenaamde middelbaar onderwijs.
Wat is tot dusverre van stadswege gedaan tot versprei-
ding van dit onderwijs en van kennis en beschaving onder
de bevolking? Niets; — even weinig als van landswege ,
wanneer wij, tot voorbeeld, onzen toestand ten dien opzigte
vergelijken met dien onzer buren, de Duitschers. Wij
weten, dat wij ons blootstellen aan het verwijt van ger-
manomanie, een woord, hier te lande tegenwoordig veel
gebezigd, wanneer men op onze buren wijst en sommige
hunner instellingen aanbeveelt, die werkelijk aanbeveling
verdienen, doch strijdig zijn met //verkregen regten" en de
belangen van enkelen. Maar wij wagen het de oogen te
openen vooral aan hen, die niet ten onregte klagen, dat
de eigenlijke liandel bijna uitsluitend in handen der Duit-
schers is. Tot dusverre was de staatkundige toestand van
het naburige Duitschland waarlijk niet benijdenswaardig,