Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
het onderwijs in het Athenaeum kunnen partij trekken.
Nu is het eene waarlieid. dat het tot sieraad van de lioofd-
stad zoude strekken eene inrigting te hebben, waarin kos-
teloos openbare populaire voorlezingen worden gehouden : in
het vak der theologie, over christelijke zedekunde en kerk-
geschiedenis; in het vak der letteren, over vaderlandsche
geschiedenis en literatuur, over Grieksche, llomeinsche en
Oostersche antiquiteiten, over algemeene geschiedenis der
volkeren, over moderne letterkunde; in het vak der staats-
wetenschappen , over handelsregt, staatshuishoudkunde en
statistiek; in het vak der natuurphilosophie, over sterre-
kunde, scheikunde, natuurkunde, phjsiologie; — maar wij
moeten niet vergeten, dat onze bevolking in geenen deele
voorbereid is tot bijwoning van voorlezingen over zoodanige
onderwerpen uit liefhebberij alleen, en dat er, met uitzon-
dering van enkelen, geene de minste behoefte daaraan ge-
voeld wordt. In het algemeen verkeert onze bevolking
nog in den waan, dat tot eene beschaafde opvoeding behoort
de kennis der drie moderne talen, Fransch, Engelsch en
Hoogduitsch, en dat, wanneer men deze drie talen verstaat en
zich daarin, al is het slechts gebrekkig, Aveet uit te druk-
ken, dan de opvoeding voltooid is.
Het Athenaeum zal dus altijd, zoolang althans geen
ommekeer in ons stelsel van volksopvoeding komt, eene
inrigting voor vakstudiën blijven.
Yelen hebben zich voor de opheffing van het Athenaeum
en voor de oprigting eener geneeskundige school op grootere
schaal verklaard. Ook wij behooren tot degenen, die
meenen, dat geene plaats in ons land meer geschikt is
voor den bloei van eene geneeskundige faculteit, dan Am-
sterdam , en achten het wenschelijk, dat alle krachten der
natie zich tot dat doel vereenigen; maar wij blijven vol-