Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
stedelijke belastingen? Heeft Amsterdam een regt op eene
universiteit, welnu, dan is het billijk, dat op 's lands
kosten eene zoodanige inrigting binnen zijne muren worde
gevestigd. De zoo beknorde Grondwet geeft middelen ge-
noeg aan de hand, om dit doel te bereiken. Zijn Amster-
dams eischen billijk en regtvaardig, welnu, de Ilooge
Regering en de wetgevende magt zullen geen oogenblik
aarzelen aan deze eisclien te voldoen.
Maar er is nog een andere, volgens de voorstanders van
het plan, peremptoire grond, te weten: het bestaan, en
wel sedert twee eeuwen, van het tegenwoordige Athenaeum,
welks toestand niet meer houdbaar is.
Wij behooren volstrekt niet tot die radicalen, welke zeiven
afbreken of gaarne zien afbreken, zonder te willen her-
bouwen; toch zullen wij geen traan storten, wanneer wij
hooren, dat de Gemeenteraad tot het besluit is gekomen,
het Athenaeum op te heffen. Steunende op de geschiedenis
van Amsterdam, ontkennen wij ten eenenmale, dat door
het Athenaeum gedurende twee eeuwen smaak, beschaving
en geleerdheid onder de Amsterdamsche bevolking is ver-
spreid. Wel is waar, heeft ook het Athenaeum enkele
groote en verdienstelijke mannen gevormd, maar op de
beschaving der bevolking in Y algemeen heeft hel Athe-
naeum geen den minsten invloed uitgeoefendomdat deze
inrigting (met enkele loffelijke uitzonderingen in de
laatste jaren) altijd de vakstudiën beoefende en niet,
gelijk b. v. het Collége de Prance en het Conserva-
toire des arts et métiers te Parijs, hare gehoorzalen voor
dc geheele bevolking, onverschillig van welke vorming,
heeft geopend. Men moet zich ook daaromtrent geene
illusion maken; bij den toestand van het middelbaar onder-
wijs hier ter stede zullen slechts enkele ingewijden van