Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
zijne dokken en nog eenige andere niet noemenswaardige,
soortgelijke kleinigheden! — en daarenboven op den koop
toe, de meest onbeperkte "vrijheid, om op zedelijk en stoffe-
lijk gebied naar de hoogste ontwikkeling te streven en
dezelve te bereiken; — maar Amsterdam staat ten ach-
teren bij Haarlem, dat tweemaal 's jaars binnen zijne
muren de Provinciale Staten vergaderd ziet, en de zetel
is van het Provinciale Gouvernement; — bij Leiden,
dat in het genot is van het talrijkste proletariaat der we-
reld en van eene universiteit; — bij 's Gravenhage, hetwelk
zich aanmatigt het Hof, het corps diplomatique en hon-
derden ambtenaren en surnumerairs binnen zijne muren te
bergen, — immers met Delft, het Nederlandsche Persepolis,
hetwelk door zijne academie in den hoogsten bloei ver-
keert !! Maar wij scharen ons volgaarne onder het vaandel
van het dagelijksch bestuur en beweren, dat Amsterdam
alle instellingen van het gewest en het land moet monopoliseren;
wij willen vergeten de geschiedenis van ons land en de
genesis van het tegenwoordige koningrijk der Nederlanden;
wij geven dus aan Amsterdam dezelfde regten als aan Parijs,
Berlijn, Munchen enz., en betreuren het ten hoogste, dat
wij niet ten minste vijftien duizend man garnizoen binnen
onze muren hebben! Aan Amsterdam komt het dus hono-
ris causa toe, de zetel eener universiteit te zijn en even
min als Amsterdam kan volstaan met een eenvoudig
bureau voor paspoorten als surrogaat voor een gewestelijk
gouvernement, behoeft Amsterdam genoegen te nemen
met eene verminkte hoogeschool, het tegenwoordige Athe-
naeum. Maar, vragen wij, is dit een grond om van
gemeentewege eene hoogeschool op te rigten, terwijl er
geene behoefte aan eene vierde hoogeschool in den lande
bestaat? Moeten de ingezetenen dezen luxe of dit sie-
raad betalen, bij het bestaan van de meest drukkende