Boekgegevens
Titel: Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Auteur: Pinner, Julius
Uitgave: Amsterdam: M. Schooneveld & Zoon, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 39-9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203625
Onderwerp: Onderwijs: tertiair onderwijs
Trefwoord: Universiteiten, Athenaeum Illustre, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beschouwingen over het Athenaeum illustre en het onderwijs in Amsterdam
Vorige scan Volgende scanScanned page
staat, niet slechts zijn doel bereiken, maar ook ontzag in-
boezemen, zijnen overwegenden invloed handhaven en zich
overal vrienden, in plaats van tegenstanders, maken. Men
zal dan overal in den lande zich bij Amsterdam aan-
sluiten en ons in alle groote vraagstukken het initiatief
gunnen. Past men het gezegde toe op ons onderwerp, dan
is het de roeping van Amsterdam eene krachtige beweging
in het land uit te lokken tot de reorganisatie van het
hooger onderwijs. Het is buiten kijf, dat onze llegering
deze nationale beweging met welgevallen zal aanschouwen,
en aan de billijke en regtmatige vorderingen der natie zal
toegeven. De geheele natie zoude alsdan van de natie ver-
krijgen hetgeen Amsterdam thans alléén voor zich en van
zijne ingezetenen vordert.
Anderen houden vol dat Amsterdam, als hoofdstad, de
zetel moet zijn van eene universiteit. In de voordragt van
B. en W. van 11 Junij 1860 ten geleide van het ontwerp
tot oprigting der universiteit lezen wij eene soort van
//boutade" over de wijze, hoe de Grondwet (arme zonden-
bok!) Amsterdam heeft behandeld. Deze zoo dikwijls be-
knorde Grondnet heeft aan Amsterdam slechts (!) gelaten:
zijnen handel en zijne scheepvaart; den hoofdzetel der
Nederlandsche Handelmaatschappij; zijne veilingen van
producten ter waarde van ruim vijftig millioen jaarlijks
binnen Amsterdam alléén; zijne Europesche stapelplaats voor
granen en zaden ; zijnen omvangrijken handel in koflij ; sui-
ker, rijst, tin, Java-tabak, indigo; zijne hoogst aanzien-
lijke kapitalen, zijne Nederlandsche Bank; zijne Europesche
geldmarkt; zijne de wereld beheerscheude fondsenbeurs; zijne
honderd assuradeurs; zijne belangrijke scheepswerven; zijne
ruim 73 duizend lasten scheepsruimte ; zijne administratie
van het Grootboek der nationale schuld; zijne entrepots ;