Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
a.\l
Fig, 27.
zich meer en meer van de aarde of haar
middelpunt m verwijderen. Deze beschou-
wing heeft ons met eene nieuwe beweging,
de miiUlelpuniS' of centraaibcweging ge-
naamd, bekend gemaakt. Het is aan-
gaande deze dat ik nog het een en ander
wenschte in het midden te brengen.
Laat ons eens de werking nagaan van
het speeltuig, bekend onder den naam
van slingerkoord, waarmede gij waar-
schijnlijk als kind wel eens steenen tot
op een' aanzienlijken afstand hebt voort-
geworpen! Zij ab (fig. 27) eene koord, waaraan het ligchaam b, een bal bij
voorbeeld, dien men rondom de hand a tracht
te bewegen, verbonden is. Als men den bal
] —"—zijne cirkelvormige beweging in b doet aan-
vangen, geeft men hem eene neiging, om vol-
gens de hjn bc weg te snellen, dat werkelijk
geschieden zou, ingeval men de koord ab niet
vasthield, cn dus den bal niet naar de hand
heentrok. Er werken nu twee krachten op
het ligchaam, ééne in de rigting naar c, en
ééne in die naar a. De bal zal dus den weg
volgen tusschen deze beide bewegingen in.
Brengt men dit in teekening, dan zal men door
de aaneenschakeling van de regte lijntjes (eigentlijk dc hoekpuntslijnen van op-
eenvolgende paralleloftrammen), volgens hetgeen er over de kromlijnige bewe-
ging is gezegd, tot den omtrek van eenen cirkel geraken, waaruit blijkt, dat de
bal werkelijk eenen cirkel besclirijven moet, na dezen weder eenen, enz.; hij zal
al deze cirkels met eene eenparige snelheid doorloopen, zoo de beide genoemde
krachten dezelfde blijven. Dc snelheid in eene seconde kan dus op de bekende
wijze gevonden worden, door namelijk den afgelegden weg door het aantal se-
conden tijds, daartoe l^steetl, te deelen. Men is gewoon deze snelheid dc hnek-
i snelheid van het bewegende ligchaam te noemen. Gedurende de omwenteling
^ ondei-vindt de draad ab eene sterke spanning; knipt men dezen door, zoo zal
j de bal geen' cirkel meer beschrijven, maar regtuit snellen, volgens de raak-
{ hjn bc, die den cirkel in dat punt (/;) raakt, alwaar de steen van de kracht,
' die hem om het middelpunt hield, werd berooid en hem dien ten gevolge toe-
liet de rigting der andere kracht te volgen. De spanning van den draad ab
' wordt derhalve veroorzaakt door de neiging van het rondlu wogen ligchaam b,
om zich van het middelpunt a te verwijderen, of, wat hetzelfde is, in zijne eerst
• verkregene beweging, volgens de eigenscliaj) der traagheid, te volharden; en dit