Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
808
natuurkunde raeer in bijzonderheden te ontleden, maar ten andere vooral van zijne
verandering van woonplaats en werkkring. Moest hij in de vroegere afdrukken van
dit werk raeestal op het gezag van anderen de natuurkundige waarheden voor-
dragen, thans heeft hij het grootste aantal der vermelde zaken zelf onderzocht, en
de natuurwetten proefondervindelijk aan anderen kunnen bewijzen. Dit heeft hij
gedeeltelijk aan het onderwijs te danken, waarmede hij aau het gymnasium te Nij-
megen is belast, maar hoofdzakelijk aan het onbepaald vertrouwen, dat hem de zeer
bloeijende en talrijke vereeniging, ter beoefening der Natuurkunde aldaar, gedu-
rende ruim drie jaren heeft geschouken. Hij maakt daarvan met erkentelijkheid
melding. Door de betrekking, waarin hij tot genoemde vereeniging staat, is hij in
de gelegenheid gesteld geworden, om de afmetingen vaneen aantal instrumenten
aan te geven en de voorzorgen meer uitvoerig te vermelden, die men te nemen
heeft, zoo de proevenwel zullen gelukken. Hij verkrijgt daardoor grond, om te ver-
wachten, dat het doel, waarmede hij deze beginselen schreef, meer volledig
zal worden bereikt. Intusscheu heeft hij zich op verre na niet te beklagen over
de wyze. waarop deze bladen over het algemeen zijn ontvangen; die ontvangst
was veel gunstiger dan hij zich ooit had durven voorstellen (zie het voorberigt).
Maar al mogt het blijken, dat men thans nog meer waarde aan dit werk
hechtte, de schrijver rekent het zich ten pligt, ook in dat geval de woorden te
herhalen, waarmede hij den tweeden druk sloot. Hij laat zich volstrekt niets op
het geschrevene voorstaan; hij heeft slechts nuttig willen zijn, geen' roem
pogen te behalen, en geen' naam wenschen te maken; zoo men dit wil, men drage
dan geene waarheden voor, die, op weinige uitzonderingen na, anderen reeds
vroeger aan het licht hebben gebragt. Men zal toch het grootste gedeelte van
hetgeen in dit boek gevonden wordt, bij voortgezette studie, nog dikwerf elders
vinden; dit heeft het werk met alle anderen, die de beginselen eener wetenschap
mededeelen, gemeen. Slechts datgene, wat beschreven of bekend gemaakt was,
konde hier in een' anderen \ orm worden gegoten, dan waarin de natuurkundi-
gen het plegen voor te dragen. De schrijver ondernam alleen, om de bezwaren
voor den lezer uit den weg te ruimen, ora daar, waar de geleerden te veel bij
hunne leerlingen vooronderstellen, toelichtingen te geven, in meer kleine bij-
zonderheden af te dalen, en de Natuurkunde voor den minkundige iu een meer
behagelijk kleed te wikkelen.
Mogt hij ter bereiking van dat oogmerk den regten weg hebben ingeslagen,
en alzoo met de versterking van het vertrouwende, eerbiedige, werkzame geloof
aan het aanwezen van eenen liefderijken, alles besturenden God, tevens eene
warme belangstelling in de natuurverschijnselen hebben tot stand gebragt, eene
belangstelling, die zeker all ervoor deel igst zal ingrijpen in het maatschappelijk
verkeer, en iu alle takken van nijverheid, hij zou het oogenblik zegenen, waarop
hij besloot, ora zijne weinige vrije uren aan de zamenstelling van deze grond-
beginselen der Natuurkunde te besteden.