Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
mf.
800
de einden in de kwikbakjes m en n reiken. In den derden hals bevindt zich een
dun glazen buisje van 35 duim lengte, dat bij e onder een stompen hoek is
gebogen, en met het einde in d uitloopt.
De drie halsjes van het bolletje A zijn met lak lucht-digt gesloten, terwijl
het bolletje in eene kleine opening van het plankje B, waarop alles is beves-
tigd, rust Zal men met dit eenvoudige werktuigje proeven nemen, zoo vult
men eerst het schaaltje d met gekleurde alcohol; gekleurd, opdat velen het
verschijnsel op een' afstand zouden kunnen zien; vervolgens verwarmt men het
bolletje A een weinig met de hand, opdat er de lucht zich eenigzins in ver-
dunne, waardoor de wijngeest, na bekoeling van A, uit d een eindwegs, bij
voorbeeld tot in e, door de drukking der buitenlucht opklimt. Dompelt men
nu de pooldraden van een met zeer zwak zuur gevuld groves-element in de
beide kwikbakjes m en n, en gaat de stroom thans bij m of het antimonium a
in, dan ziet men den wijngeest in c e dalen, of naar d terugtrekken, omdat
de soldeerplaats in het midden van den bol A warm wordt, en de lucht zich
daardoor uitzet. Keert men deu stroom om, zoodat hij bij n of het bismuth
b ingaat, zoo beweegt zich de top der wijngeest-kolom naar A, omdat er
koude op de aaneenhechtingsplaats der beide metalen ontstaat, en de lucht in A
daardoor inkrimpt.
Lenz maakte bij een groot antimonium-bismuth element op de soldeerplaats
eene holte, vulde die met water, eu legde de staaf op smeltende sneeuw, waar-
mede hij ook de overige deelen der staaf omringde, met uitzondering der sol-
deerplaats. De stang bekwam natuurlijk daardoor O" warmte. Werd zij nu zóó
tusschen de polen van een Volta's element geplaatst, dat de positieve stroom
van het bismuth naar het antimonium ging, zoo bevroor binnen 5 minuten het
water in de holte, en de thermometer daalde op 3,5°.
Welk een treffend verband bespeurt men niet hierin tusschen warmte en
electriciteit ! zeker kan het geene gewaagde vooronderstelling heeten, dat hoofd-
zakelijk aan de zonnewarmte de jaarhjksche en dagehjksche veranderingen van
het aardmagnetismus, die toch volgens de waarnemingen met haar zoo innig
in verband staan, haar aanwezen te danken hebben. Misschien wordt eenmaal
het gevoelen van de la Rive bewaarheid, dat licht, warmte, magnetismus en
electriciteit alleu aan dezelfde natuurkracht hun bestaan te danken hebben.
Wij zouden thans nog hebben te spreken, hoe men door drukking, splijting,
scheikundige verbinding enz. electrische verschijnselen kan opwekken, maar
deze van minder belang voor deze beginselen zijnde, willen wij er slechts ter
loops gewag van maken.
r Iedere door zamendrukking eens ligchaams bewerkte toenadering zijner
deelen is met ontwikkeling van E verbonden. Buitengewoon sterk treedt dit ver-
schijnsel op bij kalkspaath; dit toont zich aan den electroscoop positief-electrisch,
wanneer men het slechts tusschen vinger en duim zamendrukt. Zoo vertoont een
stuk kurk, dat aau een stang zegellak, tot handvat dienende, is vastgekleefd.