Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 15.
Fi.g 16.
Fig 17.
verkiest te geven. Die resultante zal of gelijk aan
ieder der zamens tellende krachten zijn, zooals in fig.
14, of grooter dan een van deze, zie fig. 15, of klei-
ner, hetwelk in fig. 16 is verduidelijkt. Gij ziet, dat
de grootte der resulterende kracht athangt van den
hoek, dien de afzonderlijke krachten met elkander
maken: hoe scherper deze is, hoe langer ook de dia-
gonaal of hoekpuntslijn zal wezen.
Zijn de beide krachten ongelijk, dan
zal de zamengestelde altijd het digtst bij
die kracht liggen, welke de grootste is
(zie fig. 17); hier ligt a d veel digter bij
a b dan bij a c. Ziedaar de reden,
waarom de vogel, de visch, het roei-
schuitje zich het meest naar die zijde
bewegen, alwaar door een der vleugels,
vinnen of riemen de meeste kracht
wordt uitgeoefend, of waar de grootste
snelheid plaats heeft Wanneer gij de
figuren aandaclitig beschouwt, en daar-
enboven bedenkt, dat het ligchaam a door de krachten ac en ab wordt aan-
gedaan in eene rigting, die door de pijltjes is aangegeven, zal u hetgeen er
van de grootteen rigting der middenkracht is gezegd zeer duidelijk voorkomen.
Het spreekt van zelf, dat men, omgekeerd, eene kracht ad (zie fig. 13, I4,
15, 16 en 17) door twee of meer andere krachten ab cn a c zal kurmen vervan-
gen, die weder hetzelfde zullen uitwerken als de genoemde kracht alleen. Dit ont-
binden zal op verschillende wijzen
kumien geschieden; want a is
c' —jc'- de hoekpuntslijn van een oneindig
aantal Parallelogrammen, zooals in
fig. 18 is opgehelderd. Men noemt
deze verrigting het ontbinden der
kracht of der beweging. Alzoo is ad
(fig. 18) ontbonden in de krachten
a c en ab, a c' en ab', a c" en
ab".
Het onderwerp is zoo zeer van belang en zoo rijk in toepassing, dat wij het
noodzakelijk achten, om u van de veie werktuigen, welke men heeft uitge-
dacht, om de voorgedragene waarheid proef-ondervindelijk te bewijzen, toch
een enkel te leeren kennen.
Het bestaat uit twee raderen J en B (zie fig. 19), welke eene groeve in den
omtrek bevatten, om de koord B C A die er over henen loopt, er niet van te