Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
789
inrigting, die de heer Logeman aan de magneto-eleclrische rotatie-toestellen
gegeven heeft, melding te maken. Te meer gaan wij tot die beschrijving over,
dewijl het ons genoegen veroorzaken moet te vernemen, dat de Nederlanders
van den rusteloozen voortgang der ontdekkingen in de Natuurkunde nog geene
werkelooze toeschouwers zijn. Verscheidene vande Logemansche toestellen zijn
reeds naar verschillende landen verzonden. Waarom de uitwerking zijner
machines, bij gelijke uitgebreidheid, grooter is dan eenige der tot nog toe be-
staande, kan gemakkelijk daaruit worden afgeleid, dat hij en de heer van
Wetteren. naar aanleiding der Elias' methode (zie bladz. 551) het verste ge-
vorderd zijn in het bekrachtigen der magneten. Ook wij hebben den heer
Logeman met het zamenstellen van een vrij groot magneto-electrisch werk-
tuig, ten behoeve van de natuurkundige vereeniging te Nijmegen, belast, en
zoo er nog voor het afdrukken dezer bladen proeven mede kunnen genomen
worden, zullen wij den uitslag daarvan vermelden.
acdb (zie fig. 510) is een mahonijhouten kastje, waarin schier alles is
besloten. Men verbeelde zich, dat de zijwand a p is weggenomen, en dat de
voorzijde bp doorschijnend is. Al het flaauw geteekende of getittelde bevindt
zich achter den voorwand p 6, binnen in het kastje, het overige, meer opgewerkte
gedeelte, ligt buiten tegen den voorwand aan, of is onmiddehjk zigtbaar. fe g is
een sterke, hoefvormige staalmagneet, tusschen welks polen zich een week
ijzeren staafje h j bevindt, dat op eene horizontaal liggende spil K bevestigd is.
Deze spil, welke door den voorwand 6 p gedeeltelijk heengaat, cn aan het andere
eind in den achterwand rust, draagt aan dat achtereind een schijfje, waarop,
door middel van een zoogenaamd snoer zonder eind, eene grootere schijf werkt,
die achter buiten aan de kast met de hand kan rondgedraaid worden, doch
welke beide schijven in de figuur niet wel konden worden afgebeeld. Men ziet
intusschen boven aan, even onder de kromming van den hoef, de as afgebeeld,
om welke die grootere schijf ronddraait.
Zoodra men nu de groote schijf draait, plaut zich die beweging voort op
het kleine schijfje, en vervolgens op de spil K, waardoor de daaraan gehechte
week ijzeren staaf h j in een vertikaal vlak, met eene groote snelheid als men
wil, tusschen de beide polen van den magneet f e g omwentelt. In een oogenblik
is dus het einde h gekomen op de plaats, waar vroeger j was, en omgekeerd.
Tusschen deze beide standen is er echter noodzakelijk een tijdstip geweest ,
waarin de staaf juist vertikaal stond. Die staaf omwonden zijnde met door zijde
geïsoleerd, rood koperdraad, zoo als in de figuur duidelijk zigtbaar is, verkeert
nu volmaakt in hetzelfde geval van de omwentelende plaat m m in fig. 506
Zij wordt namelijk afwisselend magnetisch en niet magnetisch; bovendien
keeren hare polen gedurig door den invloed van den hoefmagneet f eg om, en
onophoudelijk worden er dus electrische stroomen in den draad, welke om de
staaf ligt, opgewekt, afgebroken en omgekeerd, zooals reeds vroeger is aau-
gewezen.