Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.805
men optredende en verdwijnende magneetkracht, ten gevolge der nadering of
verwijdering van ab; 3*. de invloed der enkele draadwindingen op elkander.
De beide laatste oorzaken zijn de voornaamste.
Ook door hel aardmagnetismus kunnen op dergelijke wijze stroomen worden
opgewekt. Indien men eene staaf van week ijzer, die met koperdraad is om-
wonden, in de rigting houdt van de inclinatie-naald (zie fig. 341) en dan plotse-
ling omdraait, zoodat het bovenste eind onder komt, zoo wordt er in den draad
een stroom opgewekt.
Verbeeldt u, dat de einden van den spiraalvormig om het weeke ijzer men
gewondenen draad in geleidende verbinding met elkander worden gebragt, eu
dat verder de hoef men om eene vertikale as snel omgedraaid wordt, zoodat
de pool m, die zich tegenover de y)00l a bevindt, na eene halve omdraaijing tegen-
over 6 staat, zoo zal er, daar m zich van a en n van b verwijdert, in de draadwin-
dingen een stroom wordeu opgewekt; deze stroom duurt nu wel met verander-
lijke sterkte, maar toch in dezelfde rigting, gedurende eene halve omwenteling
voort, dat is, gedurende den tijd, dat m van a tot b en n vau b tot a is omge-
wenteld. Wij zeiden, in dezelfde rigting: de nadering toch van m lot b brengt
er geene verandering in te weeg; want, daar a en b tegenovergestelde polen
zijn, zoo zal eene verwijdering van a een stroom opwekken, die in dezelfde rig-
ting loopt, als eene nadering tot de pool b; dit moet uit het vroeger beredeneerde
duidelijk ziju. Zoodra echter de tweede halve omdraaijing begint, verandert
zich ook de rigting van den stroom, om, na het volbrengen eener geheele om-
wenteling, op nieuw te veranderen. Indieu men nu alzoo het weeke ijzer m n
met zijne draadomwindingen tegenover de polen van den magneet a b snel rond-
draait, wordt de draad bestendig door afwisselende, in tegenovergestelde rigting
vloeijende stroomeu doorloopen.
Om nu op eene geschikte wijze met den geïnduceerden stroom proeven te
nemen, heeft men, volgens het zoo even aangegeven grondbeginsel, werktuigen
zamengesteld, die uaar hunne inrigting den naam dragen vau magneto-electrische
rotatie-machines. De eerste van dezen aard werd uitgevonden door Pixiï in den
jare 1832. Vele vereenvoudigingen eu verbeteringen heeft dit werktuig sedert
dien tijd ondergaan, en eene laatste verbetering, vereenvoudiging en versterking
vau het vermogen is er door onze werktuigkundigen Bekker te Arnhem en
Logeman te Haarlem aan gegeven.
Behalve deze hebben zich Faraday, Saxton, Ettingshausen en Stohrer in de
zamenstelling van de genoemde electriseermachines verdienstelijk gemaakt. De
werking van al deze toestellen kan men door de volgende schets opheldereA.
Indien in fig. 505 N de noord- en Z de zuidpool voorstelt van een' vastlig-
genden hoefmagneet, die dus overeenkomen met a en b van den magneet in
fig. 504» ^^ ^ E zijn de einden van eeu week ijzeren hoef, wiens beenen met
eene groote massa koperdraad omwoeld zijn, even als dit met m cn n in fig
504 l'et geval is, en welke ijzeren hoef in de rigting der pijlljes r en s, en dus
34"