Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.784
schiedt dit door rotatie-werktuigen. Wij willen van de inrigting dezer belang-:
rijke werktuigen een denkbeeld geven. I
Zij ab (zie fig. 504) een sterke hoefyzermagneet; men een boef van niet:
Fig 504. magnetisch week ijzer, en welks beide beenen m c \
en nc met eene groote menigte, op klossen lig-
gende windingen van een' en denzelfden, met zijde
omwoelden, zeer langen koperen draad zijn be-
laden. De rigting der windingen moet eveneens
zijn als vroeger is aangewezen, zoodat, wanneer
men den hoef men, even als in de nevenstaande
figuur, regt voor zich heeft, en eenen stroom door
den draad laat gaan , die stroom aan het eene
been, mc b. v., in de omwindingen ter regterzijde
klimt, en dat been dus tot noordeinde maakt, en
in het andere been ter linkerzijde, en daar dus eene zuidpool doet ontstaan.
Wonlen nu de beide einden den draad op eenen doelmatigen afstand van
het ijzer met elkander verbonden, zoo bemerkt men reeds bij de nadering van
den magneet ab eene afwijking in de magneetnaald, boven of onder welke
men den draad heeft heengeleid, en dit is natuurlijk het gevolg van den ge-
induceerden stroom, die door den hoefmagneet is opgewekt Hetgeen vroe-
ger gezegd is, heeft nu hier plaats: indien men met den magneet ab de bee-
nen van den niet magnetischen hoef men plotseling nadert, zoo toont de af-
wijking der magneetnaald eenen stroom aan, die in tegenovergestelde rigting
loopt van dien, welke, volgens Ampère's gevoelen, het weeke, thans tot mag-
neet gewordene ijzer men moet rondloopen Bij verwijdering van den mag-
neet ab heeft de geïnduceerde stroom gelijke rigting met dien, welke nu in
het weeke ijzer, tegelijk met het eindigen van het magnetismus, ophoudt. Ver-
gelijkt vooral hiermede, wat in het begin dezer les over de werking van stroo-
men op stroomen is gezegd, en men zal de treffendste overeenstemming ont-
dekken.
De stroomen, op deze wijze in de draadwindingen opgewekt, zijn, gelijk ge-
zegd is, van zulk eene spanning of digtheid, dat, zoo men de beide einden van
den draad niet in volstrekte aanraking, maar slechts op een' zeer geringen af-
stand van elkander brengt, eene schitterende vonk overspringt, en dit zoowel bij
de snelle toenadering als bij de verwydering des magneets. Deze electrische
vonken zijn blijkbaar hoofdzakelijk door magnetische werkingen voortgebragt.
Zoo men in elke hand een einde van den draad neemt, ontdekt men bij nadering
en verwijdering van den magneet a b ook een' schok, welke, zoo de magneet
sterk genoeg is, dien van eene kleine leidsche flesch evenaart. Wij zeiden dat
deze stroomen hoofdzakelijk door magnetische krachten ontstaan: eigentlijk
zijn er hier 3 oorzaken, die hen te voorschijn roepen:
r. De onmiddelijke werking van den magneet a b op den spiraal; 2*. de in