Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
ni
.780
ven de twee andere stijltjes er naast liggen, bevestigd. In de holte van den spiraal
bevindt zich, even als in den toestel van fig 500, een ijzeren cilinder, die natuur-
lijk bij het rondloopen van den stroom magnetisch wordt. Vóór dit ijzer ligt de
zoogenaamde magnetische hamer ab, die uit een stukje koper a en een daaraan
gesoldeerd stukje ijzer bestaat. Dit hamertje is aan het plat uitgeslagen en dus
veérende eind koperdraad c d bevestigd, hetwelk met het schroefje e in verbinding
staat. De veêr cd drukt voortdurend het hamertje tegen de koperen plaat /»,
welke door gf met de eene pool der batterij is verbonden, terwijl de draad
2 met de andere pool in gemeenschap staat. De stroom, in werking gesteld
wordende, gaat over ƒ, g, li, a, c, d, den spiraal en over 2 naar de bat-
terij terug; op denzelfden oogenblik wordt het weeke ijzer binnen den spi-
raal magnetisch, het trekt b aan, en brengt eene verbreking van den stroom
tusschen a en It tot stand; met het ophouden des strooms houdt ook de mag-
neetkracht op, de veêr drukt dus^a b weder tegen h, de stroom is op nieuw
hersteld, om de afbreking op nieuw te doen beginnen.
Uit het behandelde blijkt, dat het zeer voordeelig op de spanning van de
in den nevendraad opgewekte electriciteit werkt, in geval aan dien draad eene
groote lengte wordt gegeven. Eveneens is het gesteld met den draad, waar-
door onmiddelijk de galvanische keten gesloten wordt. Wij hebben reeds vroe-
ger opgemerkt, en met proeven gestaafd, dat, wanneer een enkelvoudig ele-
ment door een' korten draad wordt gesloten, er bij de opening van de keten
geene schokken worden voortgebragt, maar wel vonken. Verlengt men even-
wel den sluitdraad aanmerkelijk, zoo is de vonk bij het openen der keten
veel heviger, en men kan er ook op de vermelde wijze schokken door ont-
vangen.
Nog veel sterker echter wordt de werking van den langen sluitdraad, in-
dien men dezen opwindt, en wel zoo, dat de enkelvoudige spiraalwindingen
zeer digt by elkander liggen. Ook in dat geval moet de draad ter isolering
met zijde omwonden zijn.
Zeer geschikt kau men daartoe weder een' houten klos gebruiken, waarop
meu den draad opwindt (zie fig. 502), latende de einden m en n vrij, om
^ die in kwikbakjes, waarin de polen eener bat-
^ terij eindigen, te dompelen. Ook bij deze inrig-
ting voelt men schokken, door den stroom schielijk
achter elkander te openen en te sluiten.
Het is uit de tot hiertoe verklaarde proeven
en wetten duidelijk, dat bij de zamenstelling van
een inductie werktuig hetzelfde beginsel ten
grondslag ligt, als bij de inrigting van den mul-
tiplicator of galvanometer (zie blz. 688). De vermenigvuldigende werking
der draadwindingen ligt daarin, dat elke enkelvoudige winding van den door
de electriciteit doorstroomden hoofddraad, iu elke winding des tweeden of
t