Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÜH
ziene einden van den dun dradigen nevenspiraai; B is eene tusschen den hoofd-
stroom gevoegde grove vijl, over welke de draad rfwordt heen en weder geschoven
eu alzoo de openings-en sluitingsslagen worden veroorzaakt. De heer Logeman
verhond onujiddelijk aan zijne schok-cilinders den afbrekingstoestel (zie fig.
500). A is weder een holle houten klos; om dezen is eerst gewonden omstreeks 25
Hy. 500.
el geïsoleerd rood koperdraad van 1 a 2 streep dikte; het eene einde van dezen
draad is, onder het plankje door, waarop alles rust, in verbinding gebragt met
het knopje B, en het andere einde, op gelijke wijze, geleidend verbonden met
het koperen stijltje C(in de figuur slechts gedeeltelijk zigtbaar). Aan dit laatste
is een spilletje bevestigd, om hetwelk het koperen schijfje i>, dat nu in ge-
leidende gemeenschap staat met den stijl C, door middel van het handvat F kan
worden rondgevoerd; op den rand dier schijf zijn een aantal kleine verdiepingen
aangebragt, welke met eene isolerende stof, als hard hout of ivoor, zijn op-
gevuld; een koperen veér naast den stijl C in het plankje bevestigd, drukt
gestadig tegen den rand vau het schijfje, en is dus, gedurende de omwenteling
van dit laatste, dan eens met de isolerende stof, waarmede de holten gevuld