Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.775
li altijd zeggen, dat de galvanische keten door den draad ab gesloten of weder
geopend wordt, terwijl hij in de nabijheid van den draad a b' ligt; maar ook
verstaat men er door, dat de stroom ab, reeds in werking zijnde, zelf eenen
anderen geleidenden draad a' 6' nadert, of door dezen genaderd wordt, en
de beide ilraden daarna weder van elkander worden verwyderd.
Men ziet, dat dit verschijnsel overeenkomst heeft met de electriciteit, die
door verdeeling wordt opgewekt in een' geleider, welke zich iu den electri-
schen werkkring vau eenig ligchaam bevindt, alsmede met den nevenstroom,
die in een' geleider wordt opgewekt, welke zich nabij een' anderen bevindt,
door welke de ontlading der leidsche flesch gaat (zie blz. 64Ö); evenals wij j
daar zagen, dat zich de beide electrische vloeistoffen in het niet geëlectriseer- *
de ligchaam, ten aanzien van het electrische, in tegenovergestelde ligging be- i
vonden, zoo ook is het hier met den stroom gesteld. De in den draad a />'
opgewekte stroom beweegt zich m tegenovergestelde rigting van dien in den
draad ab, dat kan ontdekt worden, door tusschen de draadeinden x en
y eenen galvanometer te plaatsen en den aard vau de afwijking der naald na
te gaan. Men noemt den stroom, die iu den geleider a b', door de ver-
deelende werking van eenen andereu stroom a b, wordt opgewekt, secundaire,
geïnduceerde, of ook inductie-stTOom. Meu zou hem ook tijdelijke stroom kunnen
noemen, dewijl hij slechts een oogenblik duurt. Wilde men hem naar zijnen
oorsprong een' naam geven, dan zou men moeten zeggen: electro-electrische
of magnelo-electrisclie stroom; omdat bij door de electriciteit of het magnetismus
wordt voortgebragt. Wij zullen den naam van geïnduceerde stroom behoiulen.
Wordt er alzoo een nevenstroom opgewekt in een' in de nabijheid des hoofd-
strooms liggenden geleider, het is dan geheel in overeenstemming met het be-
staan der vooronderstelde stroomen van Ampère in een' magneet, dat ook deze
in een' nabij zijnden geleider stroomen doet ontstaan. Het volgende bevat der-
halve de hoofdwetten der inductie.
l*. Iedere electrische stroom brengt, op het oogenblik van zijn ontstaan en
ophouden, in eiken nabijzijnden electriciteitsgeleider een' electrischen stroom
voort, die allijd slechts een oogenblik duurt, en bij het ontstaan des hoofd-
strooms de tegenovergestelde rigting van dezen heeft, maar bij het ophouden
diens strooms gelijke rigting met dezen aanneemt.
3 2". Wordt ccn geleider, door welken een' stroom gaat, snel bij eenen anderen
geleider gebragt of er van verwijderd, zoo ontstaat in dezen laatsten een neven-
stroom, weder van oogenblikkelijken duur, en bij nadering in tegenovergestelde,
maar bij vervvijderiitg in eenerlei rigting met den hoofdstroom.
Klke j)üol van een' in beweging gebragten magneet wekt in een' naburigen
geleider een oogenblikkelijken stroom op, welks rigting loodregt staat op die
der beweging, en juist tegenovergesteld is aan die rigting, die de stroom
eener batterij in den geleider moet hebben, om door zijne werking de pool te
doen ontstaan, waarmede men den geleider genaderd heeft.