Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.770
den invloed van het aardmagnetismus neemt, kan men op de volgende wijze
uitdrukken; Hel aardmagnetismus werkt op bewegelijke stroomen even eens, alsof
zich rondom de geheele aarde electrische stroomen bewegen van hel oosten naar het
westen, evenwijdig aan den ever^r; de zamenstellende van al die stroomen kan door
éénen stroom , in den magnetischen evenaar liggende, worden voorgesteld. Die be-
weging van het oosten naar het westen is geheel overeenkomstig het vroeger
beredeneerde. Zij geschiedt, wel is waar, in eene aan de wijzers der klok tegen-
overgestelde rigting, indien wij ons met het aangezigt naar het noorden der
aarde keeren, en de zuidpool moest oogenschijnhjk dus niet achter ons liggen,
maar men neemt dau niet in aanmerking, dat wij bij eene magneetnaald of
kunstmagneet het naar het zuiden gerigte einde eigentlijk ook noordpool moesten
noemen; zoo wij dit dus deden, zou al het vroeger beredeneerde ook op de
aardsche stroomen van toepassing ziju. Fox zag, door den multiplicator tusschen
de einden van eeu' zamenhangenden metaalader te plaatsen, in de mijnen van
Cornwallis, werkelijk het aanwezen der genoemde aardstroomen. Andere
onderzoekers vonden in elders gelegene bergwerken eveneens deze stroomen.
Faraday wees zelfs het middel aan, om door het aardmagnetismus of door de
electrische aardstroomen eenen nevenstroom in eeu' anderen geleider op te
wekken (zie bladz. 64O); wij zullen later deze nevenstroomen meer uitvoerig
behandelen.
Het spreekt vau zelf dat, als de aarde en het staal der kunstmagneten door
electrische stroomen de magnetische eigenschappen ontvangen, deze ligchamen
ook beiden op bewegelijke stroomgeleiders denzelfden invloed moeteu uitoefenen
als stroomeu op stroomen. Dit is ook inderdaad zoo. Wij willen dit door eeuige
rotatie of omwentelingsverschijnselen ophelderen.
Stelt c d (zie fig. ^89) een stuk van eeu vastliggenden geleiddraad voor, door
^^ ^^^ welken van c uaar d eeu stroom gaat,
^ • jg verder « 6 een bewegelijke geleider,
die evenwijdig aan zich zeiven, in de
rigting van het pijltje (regts) gemakke-
lijk kan verplaatst worden, en gaat door
dezen laatsten geleider o 6 een stroom
vau a naar b, dan zullen, daar het deel
e d van den stroom c d zich vau het
kruissingspunt e verwijdert, en a 6 er
uaar toestroomt, de stukken ed en ab
elkander afstooten, terwijl de deeleu c e en a b, die beiden naar het punt e zich
bewegen, elkander zullen aantrekken (zie bladz. 767); a b zal derhalve in de
rigtingvan het pijltje tegen den stroom c d in, bewogen wordeu. Keertmeuden
stroom in a b om, zoodat zijne beweging van b naar a is gerigt, dan zal de ver-
plaatsing van a b naar de regterhand. dat is met den stroom c d mede, geschieden.
Wanneer dus de stroom c rf zich door den cirkelvormig gebogenen draad c rf (ziefig.