Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.768
elkander af, Ts dus op (zie fig. 482) de rigting eens strooms, die op den
<lynamiscfien cilinder a 6, waardoor ook een stroom gaat, kan werken, zoo
zal rt 6 zich loodregt, dwars over op plaatsen, zoodanig dat de stroom onder
in ab evenwijdig aan en in dezelfde rigting met op loopt. Laat men den
hoek cpb (zie fig. 485) aangroeijen of grctoter wordeu, zoo blijven cpenpb
elkander afstooten; eindelijk verkrijgen de deelen cp en/56 dezelfde rigting,
en men zegt daarom : de onderscheidene zamenhangende deelen van een en
denzelfden regtUjnigen stroom stooten elkander af.
Wij zouden nog met een aantal wetten, die allen gevolgen van de eerst-
genoemde hoofdwet zijn, de reeds vermelde kunnen vermeerderen, doch wij
achten de gegevene voor deze beginselen voldoende. Dit willen wij er nog
bijvoegen, dat de onderzoekingen van Ampère en de latere meer naauwkeurige
van Weber tot de overtuiging hebben geleid, dat voor de electro-dynamische
werkingen, welke de galvanische stroomen op afstanden op elkander uitoefenen ,
inderdaad dezelfde wellen gelden, die wij bij de wederkeerige werking van twee mag-
neten hebben leeren kennen.
De in deze les beschouwde betrekking tusschen magneten en electrische
stroomen, zoowel als de verschijnselen aangaande het electro-magnetismus, welke
zaken Ampère hoofdzakelijk tot het doel van zijn onderzoek maakte, voerden
dezen geleerde tot de onderstelling, dat een magneet zijne magnetische eigen-
schappen niet verschuldigd is aan eene voorafgegane scheiding of opwekking
eener magnetische stof, maar aau electrische stroomen, die om zijne kleinste
Fig. 486. stofdeeltjes of molekulen rondloopen, en in zich zelven
wederkeeren. Hij stelt zich alzoo eiken magneet, op de
dwarse doorsnede gezien, voor, zoo als fig. 486 dit aan-
schouwelijk maakt, alwaar de molekulen zijn afgebeeld,
als door de stroomen te zijn omringd. In plaats van al
die oorspronkelijke stroomen, die in elke doorsnede
liggen, kan men zich die doorsnede als van eenen enkelen
Fig. 487. Stroom omringd voorstellen, die de zamengestelde uitmaakt van
al de bijzondere stroomen, en zoo zou dan eene magneetstaaf aan
temerken zijn, als een stelsel van onderling evenwijdige, geslotene
stroomen; omtrent zooals fig. 487 dit doet zien, alwaar de pijltjes
de rigting van dat stelsel stroomen verbeelden.
Hetgeen nu hier van eene magneetstaaf gezegd is, laat zich
volgens Ampère ook toepassen op eene magneetnaald, ja op alle
andere magneten, welken vorm men hun ook geven moge. Het
magnetiseren zou alzoo bestaan in de opwekking of rigting van
de oorspronkelijke stroomen, zoodat deze, daar zij bij natuurlijke
ligchamen onregelmatig liggen, allen zoodanig veranderd worden,
dat zij evenwijdig aan elkander om de moleculen beginnen te loopen.
Hierdoor zouden dan ook de andere eigenschappen der magneten verklaard