Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.767
het Hcht heeft gehragt, zijn de volgende, waarhij wij alleen op de rigting der
stroomen hebhen acht geslagen: twee evenwijdige stroomen trekken elkander aan,
indien zij zich in gelijke rigting bewegen; zij stooten echter elkander af, wan-
neer hunne rigtingen aan elkander tegenover gesteld zijn.
Deze hoofdwet wordt aldns opgehelderd. INIen hangt den astatischen draad
fig, 483 in Ampère's toestelletje (zie fig. 484); z^t tl^ar naast een' anderen
Fig. 484.
regthoekig gcbogenen geleiddraad mn, die op een voetstukje is bevestigd; zorge
nu, dat het draaddeel m n zich zeer nabij deu vertikalcn arm a b van den
i)eweeghjken stroomgelcider bevinde, en laat den stroom, door 2 a 3 grovesche
elementen opgewekt, door cab f dex gaan, en een van even veel elementen
door den draad mn. Loopen nu de stroomen in de beide draden evenwijdig en
in gelijke rigting, zoo ziet meu, dat a b exxmn elkander aantrekken; keert men
den stroom in m n door den commutator om, dan stooten de draden elkander
af, want terwijl dan de stroom in a b naar beneden gaat, zal Inj in m n klimmen.
Kruisen de stroomen elkander, dan openbaren zij eene neiging, om zich aan
elkander evenwijdig te plaatsen, en naar dezelfde rigting te loopen; ziju alzoo
a b en cd (zie fig. 485) twee beweegbare stroomgeleiders, die boven elkan-
Fig. 485.
der liggen, cn p hun kruisingspunt,
dau zullen de deelen c p en ap, zoo
wel als;>6 eupd elkander aantrekken,
terwijl cp en p 6, alsmede ap en pd
elkander zullen afstooten. Men drukt
deze wet derhalve ook wel aldus uit :
bewegen de stroomen zich naar het krui-
singspunt toe, of beiden daarvan af. zoo ttvkken zij elkander aan; maar loopt de
eene naar dat punt, terwijl de andere er zich van verwijdert, zoo stooten zij