Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.763
houten balkje F G bewegen, vloeit dan daar op het metalen knopje e over, dat
door den koperen bal k geleidend met i verbonden is, en keert dus door dezen
bal en i naar de batterij terug. De kogel k hangt aau eenen draad, die door de
veêr ƒ vastgeklemd is, zoodanig dat de bal beide stukken e en i goed aanraakt.
Drukf^men nu op de veêr ƒ, dan begint de bal te vallen, de stroom is bij e en i
afgebroken en de wijzers van het uurwerk bewegen zich. Zoodra echter de bal
k op het houten bruggetje IS neêrslaat, wordt er door den stoot eene geleidende
aanraking tusschen de metaaldeelen m en n tot stand gebragt; de stroom is der-
halve weder gesloten, want Inj gaat nu vau c, over m, n en o naar het zink terug.
De Wijzers staan derhalve weder stil, en het verschil tusschen bunnen vorigen
en tegenwoordigen stand geeft den tijd aan, dien de bol gebruikt heeft, om van
k tot op D te vallen. Men kan het balkje FG op verschillende hoogten be-
vestigen.
Er bestaan nog andere middelen, om door den galvanischen stroom kleine
tijdruimten te bepalen. Wij achten echter de beschrevene voor deze beginselen
voldoende.
Welke diensten de electromagneten bij de onderzoekingen van Faraday, aan-
gaande het diamagnetismus, hebbeu bewezen, is reeds hier en daar aangetoonil.
Wij zullen later op deze zaak nogmaals terug komen.
VIER EN TACHTIGSTE LES.
Over den invloed van het aardniagnetismus op de gal-
vanische stroomen, alsmede over de werking van de
stroomen op elkander.
Het gedeelte van de galvanische electriciteit, dat wij thans gaan behandelen,
is meer bekend onder den naam van electro'dynamica of electriciteit in beweging.
Er is in de vorige les reeds eenige malen over E in beweging gesproken, en
dit bewijst, dat dit gedeelte niet scherp is af te scheiden van het reeds behan-
delde. Nogmaals herinneren wij hier, dat wij door electrische of galvanische
stroom altijd den positieven stroom verstaan.
Hebben wij den invloed leeren kennen, dien de stroom op de rigting van de
magneetnaald heeft, dan is daaruit gemakkelijk af te leiden, dat ook de magneet,
omgekeerd, invloed zal uitoefenen op de rigting van den stroom; en daar de aar-
de zelve een groote magneet is, zoo ligt het denkbeeld voor de hand, dat ook het
aardmagnetismus op den galvanischen stroom zal kunnen inwerken. Dit is
inderdaad zoo, en die inwerking levert allermerkwaardigste verschijnselen op.
Maar hoe zal men dien invloed ontdekken? — Üp welke wijze kan men eenen
stroom voortbrengen, zoodanig, dat de draad, waardoor hij heengaat, zeer