Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
761
beweegt,hoe verder de punten van elkander zullen liggen; stel nu eens, dat deze
punten op 1 duim afstands van elkander vallen, dan zal de lengte van een duim
den duur eener seconde kunnen voorstellen. Laat nu naast den electromagneet
hbeea tweede liggen, die door een' geheel anderen sluitdraad magnetisch wordt
gemaakt, en waarin de stroom door eenen waarnemer naar verkiezing kan ge-
sloten worden, door het drukken met den vinger op een ivoren knopje; stel dat
de laatstgenoemde electromagneet ook eene schrijfstift in beweging brengt, die
juist naast 6 gelegen is, en op hetzelfde papier punten maakt, die dus in eene, aan
de eerste rij van punten evenwijdige, rigting liggen; dan noemt men de eerste
reeks van punten secondepunlen, de laatste waarncmmjspunten.
Om nu het gebruik van zulk eene inrigting aan te wijzen, zoo stel, dat men
bijvoorbeeld den tijd bij den aanvang eener zonsverduistering met juistheid wil
bepalen. De waarnemer staat voor den verrekijker, houdt den vinger aan het
bovengenoemde ivoren knopje, en zoodra de rand der maan dien van de zon
aanraakt, drukt hij op den knop en sluit den stroom Het papier s' s (zie fig.
466) ontvangt nu eene punt naast de secondepunten, die het verkreeg, terwijl
het gestadig zich voortbewoog. Valt nu dat waarnemingspunt naast een seconde-
punt, zoo is de waarneming met die seconde zamengevallen en de verduistering
te zooveel uren, minuten en seconden ingetreden. Valt echter een waarnemings-
punt tusschen twee secondepunten in, dan kan men door middel eener schaal
naauwkeurig meten, hoeveel tienden en honderdsten eener seconde bij de laatste
voorgaande geheele seconde nog moeten worden opgeteld. Zoo kan men derhalve
tot honderdste deelen van seconden naauwkeurig bepalen. Op deze wijze kunnen
ook de doorgangen vau sterren door den meridiaan met eene vroeger niet ge-
kende naauwkeurigheid worden uitgedrukt.
Wheatstone bezigde de groote snelheid, waarmede de galvanische stroom
zich langs geleiders beweegt, om dc snelheid van geschutkogels te bepalen.
Fig. 475 geeft eene schets zijner inrigting daartoe.
J stelt de galvanische batterij voor; de eene pooldraad is met den electro-
magneet D verbonden. ïs de stroom gesloten, en ligt dus het beweegbare anker
h tegen den hoef, dan staat de klok C, door eene daarin aangebragte inrigting,
stil. Houdt de magneetkracht op, dan trekt eene veer het anker vau den hoef
af en de klok C gaat weder. Het openen en sluiten nu, wordt door den kogel
bewerkt. Om den mond namelijk van het geschut D ligt een houten ring, over
welke de draad cc is gespannen, zoodat de stroom van ^ naar B over c', n
en c naar A terugkeert. Zoodra de kogel wordt afgeschoten, is de draad bij n
verbroken, de stroom geopend en het uurwerk gaat weder. Op eenigen afstand
treft de kogel eene plaat E, die daardoor met de metalen veér ƒ in aanraking
komt en blijft; de stroom is nu weder gesloten, en loopt over A, B, a, f, E, c\
en c"; de hoef trekt het anker weder aan en de klok staat stil. De wijzer geeft
nu aan, hoeveel tijd de kogel tot zijnen loop heeft besteed.
Len werktuig, dat dient om zeer kleine tijddeelen te meten, heet chronoskoop.
33"