Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.738
Fig. 472.
den weg loopt, door middel van een' spiraal s, eene soort van ivoren griffel G is
gehecht, die eenen metalen knop heeft, en welker binnenste gedeelte en punt uit
metaal bestaan; dan kan gemakkelijk worden ingezien, dat, zoolang de griffel
met de punt op eene der zwarte, dat is metalen, vakken rust, de stroom ge-
sloten zal zijn, eu de schrijftoestel in X in werking zal geraken. Zijn alzoo de in
het ivoor ingelegde stukjes metaal in de ware verhouding in rijen tegen over
elke letter van het alphabet geplaatst, zoo als in de figuur met enkele letters is
aangetoond, dan behoeft men slechts de griffel regtlynig over eene rij van zulke
ingelegde stukken te voeren, om op het volgende station de stalen schrijfstift
ook de teekens in dezelfde verhouding op het papier te doen overbrengen; want
de sluiting en afbreking des strooms geschiedt dan in dezelfde lengteverhouding
van de op de plaat A B ingelegde stukken metaal en hunne tusschei^uimten.
Uit de gegevene beschrijving valt dadelijk het meer eenvoudige van Logeman's
telegraaph in het oog. In hoeverre de laatste in snelheid van werking en deug-
delijkheid die van Morse overtreft of evenaart, kunneu wij nog niet beslissen.
Wij hebben bij de verklaring van Logemans telegraaph gezien, op welke wijze,
door het omkeeren van den stroom, een wijzer kan worden rondgevoerd. Dut
dit eveneens door het afbreken van den galvanischen stroom kan geschieden,
hiervan overtuigt ons fig. 473. Hierin stelt I een hoef voor, welks beenen met
geïsoleerd koperdraad zijn omwonden; K is het anker; beiden worden juist van
ter zijde gezien, zoodat er slechts één been van den hoef zigtbaar is. Aan dit
anker nu, is eene staaf Q bevestigd, die in twee armen a en b uitloopt, en om
eene horizontale spil n beweegbaar is. Even boven het draaipunt n drukt ge-
stadig eene veer ƒƒ, die, den arm G steeds naar de regterzijde overduwende,
lu't anker K daardoor van den hoef verwijderd houdt. Wordt evenwel door het