Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
753
Fig. 467,
rusten vau den gebogenen, geelkoperen befbootn fff- Die hefbooni wordt
door de stalen veêr^ tj allijd met heleinde fh naar boven gedrukt, zoodat het
einde ƒ' op een stukje messing u drukt, dat door eene isolerende stof van hel
overige koper a geheel is afgescheiden, maar door een' koperen draad ii met
het verbindingskolommetje s in geleidende aanraking is gebragt. Drukt men
den hefboomsarm f U met het handvat h naar beneden, zoo komt die arm met
een knoi)je of kegeltje n van messing iu verband, dat weder door eeu strookje
van metaal met het kolommetje t in gemeenschap staat; de vereeniging met u
is dus afgebroken. Ihj o moest, even als bij s en t, een verbindingskolommetje
staan, dat door een' geleiddraad met het stuk messing a in verband staat; dit is
evenwel iu de teekening weggelaten, teu einde beter het einde/' van den hefboom
en de vereeniging bij u te kunnen overzien. In plaats van dus o met a lever
binden, is er in de teekening een' geleiddraad L aan het stuk a vastgehecht.
Deze geleiddraad gaat over den weg naar het eerstvolgend station. Zoo nu if
de draad is, die van het koper in de batterij komt, en//is op n neergedrukt,
loopt de stroom van l, over n ƒ L naar het volgende station, beweegt zich aldaar
door de windingen van den hoef bb (zie fig. 466) keert onder de aarde door
naar de batterij terug, en is alzoo gesloten.
Fig 468 steil, tot regt begrip der zaak, twee met elkander verbondene stations
X en voor. b' cn b zijn de batterijen, s' en s de sleutels (zie fig. 467), m, en
m verbesldcn de electromagneten (zie fig 466). Liggen beide de sleutels iu
rust, zooals in fig. 467 of in X fig. 468, zoo kan er geen stroom onstaan, want
bij n' en n is de geleiding afgebroken, de draad b' n' of 6 n, die aan het zink ver-
33