Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
74S
talen verbindingsknopjes, a en c zijn twee koperen zuiltjes, die de assen dragen
van het cilindertje A B. Deze cilinder beslaat eigentlijk uit twee deelen van koper
A en B, welke over den geheelen omtrek met regthoekige tanden in elkander
vatten; echter ligt er tusschen deze tanden eene isolerende stof, bijvoorbeeld
goed verlakt hout of hars. De voorhelft A van den cilinder staat voortdurend
met de kolom a, de achterhelft B met c in verband. De omtrek van het cilin-
dertje is bestendig iu aanraking met de koperen veêren m en n, die zoodanig
langs den omtrek schuiven, dat, wanneer n op het voorste deel A rust, zooals
in de teekening is voorgesteld, de veér m met B in aanraking is, en omgekeerd.
Verder staat door draden, die onder het plankje C doorloopen, e met m en r
met n in verband, vervolgens heeft de drager c met b en a met d gemeenschap,
dit is alles door tittels aangewezen. Is nu in e de positieve, in r de negatieve
pooldraad der batterij vastgeschroefd , iu b het eene en in d het andere einde
des draads, welken de stroom moet doorloopen, dan ligt de weg van dezen
laatste van e naar m, over de achlerhelfc B des cilinders, over c naar dan
naar d, eu over a langs de helft A des cilinders de veer n en de schroef r, in
zich zelven terug. Draait men nu den cilinder AB de breedte van een'
tand om, dan rust de veér n op de achterhelft en m op de voorhelft; de stroom
gaat dan over e, m, de voorste helft A des cilinders, langs a, d, door den draad
naar op c, de achterhelften over n en r verder naar de batterij. De stroom
is dus omgekeerd. Rusten de veêren op de tusschen de vierkante tanden lig-
gende isolerende stof, dan is de stroom afgebroken. Wij zullen later het nut
van dit werktuigje beter inzien en het veel eenvoudiger afbeelden.
De fraaiste en nuttigste toepassing van de geleiding des strooms op verre af-
standen, ten einde de^e aldaar uitwerkingen van verschillenden aard te doen
te weeg brengen, vindt men ongetwijfeld in de electrische telegraphen. De stroom,
die bij deze inrigting doorgaans snel wordt afgebroken en weder gesloten, maakt
hierdoor zelfs op grooten afstand week ijzer, waar hij omheen loopt, bij korte
tusschenpoozen magnetisch, en len gevolge van het hieruit ontstane beurtelings
aantrekken en onzijdig worden van den tijdehjken magneet, heeft men het mo-
gelijk gemaakt, om met eene onbegrijpelijke snelheid, ja waarbij niets te ver-
gelijken is, op nren afstands met elkander gedachten le verwisselen.
In verreweg de meeste landen van Europa, in oostelijk Noord-Amerika, een
gedeelte van zuidelijk Azië, en ook in ons land zijn de groote steden reeds
door zulke telegraphen aan elkander verbonden. Zelfs geschiedt thans die
verbinding tusschen Engeland en het vasteland, door, onder de zee gelegde, met
gutta percha bekleede koperdraden. Onze landgenoot E. Wenckebach heeft
zich, ten aanzien van het tot stand brengen dezer nuttige inrigting in ons
land cn elders zeer verdienstelijk gemaakt.
Op zeer onderscheidene wijze heeft men hij de electrische telegraphen het
doel trachten te bereiken. Sommige uilvinders leidden, door middel van vele
draden, onderscheidene stroomen over verschillende magneetnaalden, die op