Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.743
band worden gebragt, zoodat er een electrisclie stroom door den draad om
den klos wordt geleid. Er werkt alsdan eene sterke magneetkracht op het
tusschen de beide kristallen liggende ligchaam, namelijk op het water. Im-
mers de ijzeren buis, die tusschen den spiraaldraad en de glazen buis binnen
in den houten klos ligt, is sterk magnetisch geworden. Hier doet zich dus het-
zelfde ge%al op, hetwelk wij op bladz. 577 behandelden. De magneetkracht
oefent invloed uit op het water binnen in de glazen buis, en dat water zal
daardoor de eigenschap verkrijgen, om het polarisatie-vlak te doen draaijen;
— bezien wij dit eens!
De wijzerstreep stond, zooals gezegd is, op 90' en het licht was uitgedoofd,
de pooldraden waren van c en c losgemaakt en de galvanische keten is dus niet
gesloten; maar nu laat men den stroom door den spiraaldraad gaan, en als door
een' tooverslag verschijnt het licht weder voor het oog in D\ Om het weder
te doen verdwijnen of zoogenaamd uit te dooven, moet men het voorste kristal
in D' eenige graden over 90 heen draaijen; draait men het vervolgens weder op
90 terug, dan wordt het licht op nieuw zigtbaar, en breekt men nu den stroom
af, dan verdwijnt het weder.
Ziedaar dus bewezen, dat het water door den invloed eener sterke magneet-
kracht, eene dergelijke eigenschap met betrekking tot het gepolariseerde licht
verkregen heeft, als welke op bladz. 457 aan eenige stoffen in den gewonen
toestand werd toegekend. Maar er is nog meer ! — Plaatse men zich nogmaals
iu de verbeelding voor het werktuig, dat weder zoo gesteld is, dat de wijzer-
streep a op 90* staat, waardoor het licht schijnt uitgedoofd te zijn. Nu laat
men den galvanischen stroom nogmaals door den spiraaldraad gaan, maar m
eene tegenovergestelde rigtingf door de beide pooldraden in de verbindingsknopje«
te verwisselen. Het licht wordt dan op nieuw zigtbaar, doch om het nu uit te
dooven, moet men het beweegbare kristal in D' niet over het punt van 90' heen,
maar oven zooveel terug draaijen als het vroeger over de 90 moest geschieden.
De rigting, waarin de stof onder den invloed van de magneetkracht het polarisatie-
vlak doet draaijen, hangt derhalve van de rigting des electrischen strooms of van de
ligging der polen van den magneet af liet polarisatie-vlak des straals wordt altijd
in dezelfde rigting door den stroom gedraaid, waarin de positieve stroom in dc spiraal
rondloopt.
Ook de dikte der laag, waardoor het gepolariseerde licht geleid wordt, heeft
grooten invloed op de sterkte der draaijing vau het polarisatie-vlak. Zoo vond
bij voorbeeld Bertin voor water, bij
1 duim dikte der laag, 2* draaijing van het polarisatie-vlak.
2 » « » n 3'30' » « »
3 - « « » 4°25' » »
13 » " " " .'i - u » »
Had meu iu plaats van water eene andere doorschijnende vloeistof, alkohol
bij voorbeeld, in het werktuig geplaatst, dan ware de uitslag slechts daarin