Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
een ligchaam zekere kracht uitoefent, deze kracht 750 maal zoo groot zal
zijn, ingeval diezelfde kogel uit een kanon wordt geschoten, en daardoor eene
snelheid van 150 el of 1500 palm i nde seconde verkrijgt; want hier zijn de
massaas gelijk en de krachten dus tot elkander als de snelheden, dat is, als 2
tot 1500 of 1 tot 750.
Verder zal een kanonskogel van 100 pond of 1000 ons, met eene snelheid
van 2 palm in de seconde voortgaande, dezelfde hoeveelheid van beweging
hebben en dus dezelfde kracht uitoefenen, als een geweerkogel van 1 ons, die
met eene snelheid van 200 el of 2000 palm in de seconde voortgaat; want in
het eerste geval is de hoeveelheid van beweging 1000 x 2 2000 en in het
laatste 1 X 2000 = 2000; hier waren de raassaas en snelheden ongelijk. Gij
ziet uit de aangehaalde voorbeelden hoezeer de snelheid, de kracht eener, kleine
zelfs zeer geringe, massa veelvermogend kan maken.
Het is van veel gewigt op temerken, dat kracht cn beweging zamenhangen;
dat dus ook al wat aangaande de rigting der beweging in de 14® les is aange-
voerd, zoowel op de kracht toepasselijk is, als omgekeerd de meeste zaken,
welke ik met betrekking tot de rigting en grootte der kracht zal bijbrengen, op
de beweging kunnen worden toegepast. Beweging en kracht hangen onafschei-
delijk zamen. Men bedenke slechts altijd, dat het bewegende ligchaam als
het ware de overbrenger der kracht is. Is de hoeveelheid van beweging of de
maat der kracht bij hetzelfde ligchaam in verschillende omstandigheden ver-
schillend, de oorzaak hiervan zal alleen gelegen zijn in het verschil in snel-
heid. Men kan dus in elk geval de onderscheidene krachten van een en hetzelfde
ligchaam onder verschillende omstandigheden uitdrukken door de snelheid of
den afgelegden weg in zekere tijdseenheid. Nog eene opmerking verdient hier
plaats.
Ik veronderstelde tot dus verre, dat de kracht slechts een oogenblik op
het ligchaam werkte en het daarna, om zoo te spreken, aan zich zelf overliet,
welke kracht men in dat geval eene plotseling werkende^ra.c\\t, eenen stoot noemt;
maar het kan ook plaats hebben, dat de kracht voortdurend op het ligchaam
werkt, zoo als bij voorbeeld de zwaartekracht in het algemeen Zulk eene
kracht noemt men standvastige kracht, en deze geeft aan de ligchamen in op-
volgende gelijke tijddeelen gelijke vermeerdering of vermindering van snelheid,
of, gelijk vroeger is gezegd, eene eenparig versnellende of vertragende beweging,
Hoe deze kan berekend worden, zal u weldra bekend worden.
Toepassingen.'
Uit hetgeen aangaande het tijdsverloop van de overbrenging der beweging op
al de deelen eens ligcbaams is gezegd, verklaart het zich :
Waarom wij soms niet spoedig genoeg het gevaar kunnen ontwijken, waar- j
mede ons eenig vallend of tegengeworpen ligchaam bedreigt, zelfs niet in geval