Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.729
van eene willekeurige sterkte maken kau, indien men slechts de afmetingen
vergroot; dat is, daartoe moet men de ijzerstaven verdikken, of wel men
moet bij dubbele, drievoudige, enz. doorsnede van den draad, dubbel, drie-
maal, euz. zooveel windingen om het ijzer leggen, om eene dubbele of drie-
voudige werking te verkrijgen: indien men echter door twee-of driemaal zoo
veel windingen de lengte van den sluitdraad even zooveel maal vergroot, zoo-
wordt bij gelijke dikte des draads de stroom verzwakt, en er zal dan hier aan
de eene zijde door den zwakkeren stroom verloren gaan, wat men aan deu
anderen kant door meerdere omwindingen wint. Ingeval men de vlakte der door-
snede van den draad grooter maakt, in dezelfde verhouding, waarin de lengte des
sluitdraads toeneemt, zoo blijft de stroom gelijk van sterkte, en het vermogen
van dezen neemt alzoo toe in reden, waarin het vierkant van het aantal om-
windingen vermeerdert.
Hebben wij gezien, hoe men in kleine stalen naalden blijvend magnetismus
kan opwekken, en in grootere staven week ijzer eene kortstondige magneet-
kracht kan tot stand brengen, het laat zich verwachten, dat aan de magne-
tische spiralen wel het vermogen kan worden gegeven, om ook grootere stalen
staven in magneten te herscheppen.
De heer Elias, kantonregter te Haarlem, gaf in het tijdschrift Natuurkunde
(jaargang 1844 bladz. 376) een eenvoudig middel aan de hand, om stalen
staven tot magneten te vormen. Fig. 455 maakt zijne handelwijze aanschou-
455.
welijk. Men windt, zegt hij, zeven tot acht ellen met zijde omwoeld koper-
draad, van 3 streep dikte, tot eenen hollen cilinder op, die 25 streep hoog is,
en wiens binnenste opening 35 streep middelfijn heeft. Men laat nu eenen-
sterken stroom door den draad gaan, door de beide, in de figuur ter regter
zijde van den ring liggende, draadeinden in de kwikbakjes te dompelen, waarin
de polen eener batterij zijn gevoerd, en steekt vervolgens de te magnetiseren
staalstaaf in den cilindervormigen ring, waarin men haar tot aan de ein-
den op cn neder beweegt. Wanneer de staaf zich weder met het middelstr
gedeelte in den ring bevindt, verbreekt men den sluitdraad, en neemt dc
staaf, die nu volkomen gemagnetiseerd is, daaruit. Wanneer de staaf hoef-
ijzervormig is gebogen, doet men wel haar met een anker te sluiten, eu
32