Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.728
in sterkte verschillende, electrische stroomen leidt, zoo zal de grootte der
magneetkracht, die daardoor in het ijzer wordt opgewekt, evenredig zijn aan
de kracht dier stroomen. En daar wij gezien hehben, dat deze krachten tot
elkander staan als de tangenten der afwijkingshoeken in de langenten-bonssole
(zie bladz. 689), zoo kunnen wij deze waarheid hierop overbrengen, en zeggen:
de sterkte van het magnetismus, opgewekt in week ijzer, is evenredig aan de tan-
genten der afwijkingshoeken, die men bij de boussole door den stroom verkrijgt.
Deze regel geldt niet voor zeer sterke stroomen.
2'. De dikte van den spiraaldraad heeft geen' invloed op de sterkte
van de opgewekte magneetkracht, wanneer slechts de sterkte van den
stroom dezelfde blijft. Dat wil zeggen: wanneer men om een stuk week
ijzer een' dikken draad legt, en men laat daardoor een' stroom gaan,
die aan dc boussole eene zekere afwijking geeft , dan zal het in het ijzer
opgewekte magnetismus even zoo sterk zijn, als hadde men om het ijzer met
even zoo vele windingen een' dunnen draad gelegd, en door dezen dunnen
draad een' stroom geleid, die denzelfden afwijkingshoek aan de ingeschovene
boussole geeft, als de voorgaande. Het is duidelijk, dat men, om door den
dunnen draad, bij gelijke lengte van den sluitdraad, een' stroom van gelijke
sterkte te doen gaan, eene galvanische batterij van meer elementen moet
aanwenden, dan bij den dikkeren draad, dewijl de eerste meer tegenstand
biedt.
3'. Het is, bij gelijke sterkte van den stroom, hetzelfde of de draadwin-
dingen onmiddellijk op het ijzer rusten, of dat zij eeue zekere ruimte tusschen
zich en het ijzer overlaten.
4'. De geheele werking van al de windingen is gelijk aan de som van de
werking der enkele windingen. ^
5*. Het magnetismus, dat staven van gelijke lengte door gelijke stroomen
aannemen, is evenredig aan hare doorsneden.
De onderzoekingen van Dub bevestigen voor een groot gedeelte boven-
staande wetten. Deze natuurkundige heeft door proefnemingen aangetoond:
r. dat de aantrekkingen van electro-magneten zich tot elkander verhouden
als de producten van de stoomsterkten en het aantal windingen.
2". dat de aantrekking aangroeit, onder voor het overige gelijke omstan-
digheden, hoe nader de windingen bij de oppervlakte van het ijzer liggen.
3'. dat bij gelijke omstandigheden ook de aantrekking tot zekere grenzen
toeneemt, wanneer men het ijzer, om hetwelk de windingen liggen, langer
maakt.
4'. dat het voordeelig op het aantrekkingsvermogen werkt, wanneer de
omwindingen aan het einde van den hoef wordeu gelegd.
5*. dat de aantrekkingen zich tot elkander verhouden als de quadraten van
het aantal windingen des electrischen spiraals.
Uit deze wetten volgt nu, dat men met eenig galvanisch element magneten