Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.727
draagkracht te bepalen. De hefboom zal daartoe slechts boven de polen
moeten geplaatst worden. Om den lezer een denkbeeld te geven van de
kracht, die de beschrevene hoef ontwikkelt , vermelden wij hier het vol-
gende: Wanneer men op de pooleinden C of D een dun [»laatje lood legt,
daarop een muntstukje, en op dit laatste het weeke anker, en men bekrachtigt
den hoef op de gewone wijze, zoo zal het anker zóó sterk worden aangetrok-
ken, dat de afdruk der munt in het lood er door wordt te weeg gebragt.
Het nut, dat dergelijke electro-magneten den mensch aanbieden, is thans reeds
buitengewoon groot; hunne voortreffelijkheid boven de staalmagneten ligt,
zooals later zal blijken, in de omstandigheid, dat men het in zijne magt
heeft, om het magnetismus plotseling te doen ontstaan en weder te doen
ophouden: zoodra toch de electrische stroom wordt afgebroken, en hij dus niet
meer iu de spiralen van den hoef rond loopt, is ook aanstonds de magneet-
kracht van den hoef verdwenen. Men ziet reeds in, van welk eene nuttigheid
deze plotselinge afbreking van het magnetismus geweest is bij de proefne-
mingen van Faraday, op bladz 574 en verv. vermeld, en later zal het nut
daarvan nog veel sterker uitkomen. In plaats van de spiralen tot magnetise-
ring van het ijzer onmiddellijk op de staaf of de beenen van den hoef te
winden, is het meer doeltreffend, de draadwindingen op holle cilindervormige
houten klossen te leggen, en het te magnetiseren ijzer in de holte te
schuiven. Zulk eene klos wordt in fig. 4^4 voorgesteld; de draadeinden zijn
door het hout ge-
stoken. Eenige
dergelijke klos-
sen , met dra-
den van ongelijke
lengte en dikte
omwoeld, bewij-
zen, zooals het
vervolg leeren
zal, in meer dan een opzigt goede diensten.
Wij moeten hier nog bijvoegen, dat de lengte van den draad, die op de
beenen van den hoef wordt gelegd, niet willekeurig is, maar afhankelijk
van het aantal en de soort vau elementen, die men gebruikt, als ook van
de dikte van deu koperen draad zelveiu Volgens de wetten van Ohm, Lenz
en Jacobi, is dc voordeeligste lengte die, waarbij dc weerstandbieding van
deu stroom in de batterij , zooveel mogelijk gelijk is aan den weêrstand,
dien de draad of de geleider zelf aan deu stroom biedt (zie bladz. 696
en 697).
De onderzoekingen der bovengenoemde natuurkundigen, Jacobi en Lenz,
hebben te dien aanzien geleerd :
r. Wanneer men om een week ijzer een spiraaldraad wikkelt, en door dezen.
ri'j- 4