Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
745
Fig. 451. De pijlen stellen de rigting van den stroom
rondom elk been van den hoef voor; de letters
Z tnN duiden aan, welke polen zich in ieder
been vormen. Het spreekt van zelf, dat men
bij den electromagneet, doormiddel vaneen
week ijzeren anker c, dat door de beide po-
len sterk wordt aangetrokken, ook even als
vroeger is aangeduid, kan bepalen, hoeveel gewigt zulk een hoef kan dragen.
Zeer geschikt en eenvoudig ingerigt is het toestelletje, dat de schrijver in
den constructie-winkel te Delft tot bepaling van het draagvermogen eens elec-
tromagticets vond.
(zie fig. 452) is een stevig plankje, waarop een dwarsbalkje ce is bevestigd,
Fi(). 452.
aan hetwelk door mid-
del van een' koperen
beugel,wiens uiteinden
in het balkje c e zijn
vastgeschroefd, de hoef
hangt. Het tafeltje a 6
heeft in het middeu
eene opening m, door
welke de haak, die aan
het anker verbonden
is, heengaat; die haak
reikt tot onder de
plank a b , vattende
daar eenen verdeelden, horizontaal liggenden hefboom van de derde soort no,
die op korten afstand van de plank ab onder deze doorloopt, en waaraan een
verschuifbaar gewigt is gehangen. De draadeinden s en k worden aan een'
eenvoudigen galvanischen toestel verbonden.
Wij merken ten aanzien van de toebereiding van het ijzer tot electromagne-
ten nog aan, dat, wanneer men er zich niet op toelegt, om de sterkst mogelijke
draagkracht te verkrijgen, het niet noodig is, het hoefyzer met koperdraad te
omwinden, dat met zijde omwoeld is; indien men slechts eerst het ijzer met
zijden lint beplakt, daarna met vernis bestrijkt, vervolgens een' niet omwoel-
den koperen draad er zoodanig omheen windt, dat elke twee omwindingen van
elkander gescheiden zijn, door een koordje of touwtje, hetwelk men bij het om-
leggen van den metaaldraad er tegelijk mede heeft rondgevoerd, dan bereikt men
ook zeer goed het oogmerk. De kapitein von Dentzsch te Delft (thans Luitenant-
Kolonel der artillerie bij het O. 1 leger) rigt te op die wijze een ijzeren hoefje
in, gemaakt van een rond staafje, dat, regtuit gelegd, 2 palm lang was en 1
duim middellijn had ; dit hoelje was omwoeld met een' draad rood koper van i.
streep middellijn, waar tusschen een draad van touw (400 driedraads) ten einde