Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
722
draadje aan het gloeijen hreugen, en alzoo de ontploffing onder water doen plaats
grypen. Wanneer men alzoo eene hoeveelheid buskruid van slechts één kilogram
goed ineen stevig vaatwerk besloten, onder water ontsteekt, zooals ongeveer twee
jaren geleden bij de eerste proef, die de heeren Logemanen van Geunsinhet
Buitensparen nabij Haarlem namen, plaats had, dan ziet men, zegt de heer
Logeman, een kortdurend, maar misschien daarom nog te indrukwekkender,
prachtig verschijnsel. Zoodra aan land de keten gesloten wordt, geraakt voor
een' oogenblik het water in hevig golvende beweging; daarna verheft zich eene
Fh' 447.
waterkolom van wel twee el hoogte
en ruim eene halve el middellijn regt-
standig omhoog; vervolgens verdeelt
zich deze kolom van boven koepels-
wijze, en eindelijk stygt uit het midden
de witte damp van het kruid opwaarts.
De mechanische werking vau den
galvanischen stroom is weinig betee-
kenend, omdat men nimmer zulk eene
groote massa E op eenmaal kan doen
overstroomen als bij de ontlading eener
leidsche flesch. Een belangrijk ver-
schijnsel van de werktuigelijke kracht
des strooms zien wij in het bovenge-
noemde overvliegen der kooldeelen; hij
stelt dus de stoffen, door welke hij loopt,
in beweging, en tracht ook de druip-
bare vloeistoffen, die in zijnen weg ziju
gesloten, uit elkander te doen gaan;
vooral is in dit opzigt zeer merkwaar-
dig de overgang, dien men bij zekere
vloeistoffen van de positieve naar de
negatieve pool ontdekt, wanneer men
er den stroom door henen leidt Fig.
447 beeldt een toestelletje af, dat door
Logeman is uitgedacht, en waarin reeds
door 3 a 4 kleine grovesche cellen het
transport of den overgang der vloeistof
wordt zigtbaar gemaakt. Het bestaat
uit een eenigzins cilindervormig glaasje
van boven door een koperen plaatje
gedekt, waarin twee volmaakt even
wijde, en omstreeks 2 palm lange glazen
buisjes waterdigt ziju bevestigt!. De