Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.720
onzigtbare, pluimpjes der vleugelen van het gewone schietinotje duidelijk in het
beeld onderscheiden, en de helderheid , waarmede de kleuren worden terugge-
geven, grenst aan het wonderbare. Van de uitwerking van het licht op de oogen
hebben wij reeds iets gezegd; vooral verdient het nog opmerking, dat dit werktuig
de fraaije figuren, door de polarisatie van het licht in kristallen voortgebragt,
en de werking der lichtende koolspitsen zeiven vergroot, op het matte glas
naauwkeurig te beschouwen geeft.
De vermelding van het verblindende licht door de koolspitsen te weeg gebragt,
heeft ongetwijfeld bij den lezer het vermoeden opgewekt, dat van dit verschijnsel
tot algemeene verlichting zou gebruik kunnen gemaakt worden. Werkelijk heeft
men reeds mijnen, en in Engeland een gedeelte van Londen, met daartoe door
Straite en Foucault aangewezene inrigtingen, weten te verlichten. Ook de heer
Logeman maakte eene voor het electrisch licht bestemde lamp, die uitmuntend
voldoet. De stroom gaat daarbij eerst door de elkander rakende koolspitsen, en
zoodra dit geschiedt, trekt hij ze, door eene bijzondere inrigting, op den voor
het licht meest voordeeligen afstand van elkander; zoodra die afstand te groot
wordt, voert de werking des strooms de koolspitsen weder digter aaneen. Het
licht blijft daardoor standvastig gehjk. Met deze lamp werdeu in Teylers stich-
ting , door middel van een flintglasprisma, de fraueuhofersche strepen in het
spectrum (zie bladz, 389) zeer goed zigtbaar gemaakt. Deze strepen verschilden
natuurlijk van die, welke bij zonnelicht voorkomen. Wanneer men ongelijksoortige
metalen met de kool verbranden liet, dau vertoonden zich in het spectrum ver-
scliillende, voor elk metaal van elkauder onderscheidene strepen, die voor het-
zelfde metaal altijd standvastige stelsels opleverden. Gebruikte men twee onder-
scheidene metalen te gelijk, of eeue menging van deze, zoo deden zich de beide
tot die metalen behoorende strepen te gehjk voor; zoodat het op deze wijze zou
kunnen mogelyk worden, om de metalen, in een mengsel voorkomende, daaruit
te kennen. Ook de hoogleeraar van Rees te Utrecht maakte met dit licht aide
vroeger vermelde eigenschappen des lichts aanschouwelijk.
De hitte, door den galvanischen stroom op deze wijze voortgebragt, is zoo
groot, dat men er diamant en kool door heeft weten te smelten.
Verder achten wij het volgende met betrekking tot het lichtend en verwar-
mend vermogen des galvanischen strooms vermeldenswaardig,
r. De positieve pool bezit eene hoogere temperatuur dan de negatieve.
2*. De lichthoog ontstaat tusschen de koolspitsen niet, dan nadat deze laatste
eerst elkander hebben aangeraakt. Hij ontstaat insgelijks, wanneer men tusschen
ile elkauder niet rakende koolspitsen de electrische vonk eeuer sterk geladene
leidsche flesch laat overspringen,
3*. De kooldeeltjes wordeu in den lichthoog in alle rigtingen heen geworpen.
Beide de stukken kool verliezeu aan gewigt; dit is door den hoogleeraar van Breda
bewezen; deze geleerde helt intusschen tot het gevoelen over, dat de negatieve
pool meer verliest dan de positieve. (.Mechanische werking).