Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
ga
Fig. 10. dus schier op dcnzelfden oogen-
blik, de hjn c d en daarna ach-
tereenvolgend c f, g /», i k, l m,
enz. geworden. Doorliep een
ligchaam eenen cirkel , bij voor-S
beeld de steen in eene slinger-
koord, wanneer men dien in de
rondte beweegt, dan heeft het alle
mogelijke rigtingen in hetzelfde vlak doorloopen. Het zal naauwelijks behoeven
herhaald te worden, dat er telkens eene kracht moet zijn, die deze veramlering
van rigting van het bewegende ligchaam tot stand brengt.
De snelheid der beweging meet men af naar den weg, dien een ligchaam in
eenen bepaalden tijd aflegt, en men noemt haar snel of langzaam, naarmate
men haar met eene tragere of snellere beweging vergelijkt. De beweging van
den bliksem is snel, zegt men, omdat ons nooit iets onder de aandacht valt,
dat bij deze verbazende snelheid haalt. Nog sneller is intusschen het licht.
Daarentegen geeft men den naam van langzame beweging aan den voortgang
des uurwijzers van een horologie of der schaduw van eenen stok.
De snelheid der beweging kan verder eenparig of gelijkmatig versnellend en
vertragend Zijn. Eenparig noemt men haar, indien het bewegende voor-
werp in gelijke tijden gelijke ruimten doorloopt. Legt de spoorwagentrein van
Amsterdam naar Utrecht in elk uur 6000 roeden af, in elk half uur 3000,
in elk kwartier 1500 eu in elke minuut 100 roeden, zoo beweegt zich de trein
eenparig. De wijzers der uurwerken bewegen zich niet eenparig, want zij wor-
den met stooten voortgedreven. Neemt men'bij eene een])arige beweging een
zeker tijdsverloop, stellen wij eene minuut, als eenheid aan, en bepaalt men
daarbij hoe lang de weg is, dien het ligchaam in dien tijd aflegt, dan zal,
in geval men dien tijd dubbel, drievoudig, enz. neemt, de doordat ligchaam
afgelegde ruimte ook het dubbel of het drievoud van den gestelden weg zijn. De
beweging zal dus snel of langzaam zijn, naarmate de afstand, dien het bewegende
ligchaam in zekere tijdseenheid aflegt, groot of klein is. Een gewone wind legt
elke minuut 60 el af, terwijl de stormwiml 2700 el doorloopt; deze laatste is bij-
gevolg 45 maal sneller dan de eerste. Sommigen hebben zich beijverd, om de snel-
heid van eenige bewegingen te bepalen. Volgens hen zoude eene slak elke seconde
slechts el, en dus in bijna 50 dagen slechts een uur gaans afleggen; een voet-
ganger elke seconde 13 palm, een arend 28 el, en een kanonskogel 350 el door-
loopen.
Het zijn de eenparige bewegingen der aarde en die van andere hemelbollen,
welke het mogelijk maken, om den tijd te verdeelen of de toekomende verschijn-
selen aan den sterrenhemel te voorzeggen. Waren deze bewegingen veranderlijk,
zoo zouden de jaren, maanden, weken, dagen en onderdeelen van deze nu eens
lang, dan weder kort zijn, en er bestond geene mogelijkheid, om iets vooruit te