Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
mmm.
.708
Fig. 437.
het potje door te laten en het stevig staande te houden. Men zij vooral indachtig
dit plankje eerst dan vast te klemmen, als het met water verzadigd is. Het wijde
glas bevat eene oplossing van kopervitriool, het potje zeer verdund zwavelzuur.
Stelt nu eens, dat wij eenen gedenkpenning willen vermenigvuldigen, en
dat deze uit eene goed geleidende stof, b. v. koper, goud of zilver bestaat, zoo
gaan wij op de volgende wijze te werk. Wij nemen den penning, na hem vooraf
goed schoon gemaakt te hebben, zoodat er volstrekt geen roest of vetachtige
stoffen op te vinden zijn, en leggen hem op een schoon papier met die zijde,
waartegen wij het koper uit de oplossing willen doen nederslaan; daarna plaat-
sen wij op de bovenzijde een reepje koper, dat niet langer dan het zink-cilin-
dertje, en omtrent zoo breed als het reepje koper 6 c (zie fig. 435) is; dit strook-
je koper bevestigen wij op den penning, door middel van een penseeltje met ge-
smolten hars en was, zorgende, dat de onmiddellijke aanraking tusschen het
koper en het metaal van deu penning zeer goed bewcard worde, en er vooral geen
was tusschen de strook koper en den penning vloeije. De penning is nu toege-
rust, gelijk fig 437 hem vau voren gezien voorstelt. Vervolgens wordt ook de
draad kl zoo verre met hars eu was be-
dekt, als wy kunnen berekenen, dat hij inde
koper-vitriool oplossing zal afdalen, welke
afstand uit het volgende gemakkelijk kan
worden bepaald: ook de kant of de rand
van den penning wordt met eene dunne laag
hars en was bestreken. Op deze wijze toebereid, wordt de draad A / (fig. 437)
met het einde / aan den draad b c, fig. 435, en wel op het opstaande deel c
vastgeklemd tusschen de bladen o en p van eeu koperen klemschroefje, waarvan
fig. 438 eene afbeelding op deu kant gezien voorstelt. Men zorge weder, dat
de beide draden op de plaats der aanraking goed zuiver
zijn, en de penning met het blanke gedeelte naar het
zink zij toegekeerd. De beenen o eu p van het klem-
schroeQe hebben eene breedte van 10 streep, eu eene
lengte van 25 streep. Dergelijke klemschroeven of, voor
het bevestigen van ronde draden, geheel doorboorde ci-
lindertjes, die twee schroefjes bevatten, welke er dwars
doorbeen gaan, bewijzen bij de galvanische toestellen gewigtige diensten, en
kunnen meestal de in het gebruik lastige kwikbakjes vervangen, ingeval men
de pooldraden eener batteiij met andere draden wil verbinden. Nadat nu alzoo
de zinkcilinder met den penning verbonden, en in het zwak zure vocht, dat in
het poreuze potje zich bevindt, gehangen is, plaatst men het potje door de ope-
ning van het plankje mn (zie fig. 436) in de kopervitriool-oplossing, welke in
het wijdere glas ƒ g begrepen is. De electrische stroom werkt nu op de wijze,
als vroeger is vermeld, en daar die stroom zeer zwak is, omdat het verdunde
zwavelzuur hem tragelijk geleidt, zoo zet zich het koper langzaam op de blanke
Fig. 438