Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.703
ligchamen wordt een deel aan de positieve en het andere aan de negatieve pool
des sluitdraads afgezet. Faraday heeft deze scheikundige werking met een tal
van nieuwe namen verrijkt; wij vermelden deze, opdat de lezer, hen in andere
leerboeken ontmoetende, dadelijk zoude weten, wat hij er door te verstaan heeft.
De ontleding zelve dan noemt Faraday electrolyscy de stof, die ontleed wordt, in
het bovenvermelde dus het water, de eleclrolyt, de polen van den geleiddraad of
de plaatsen, waar de stroom dus in en uit de te ontledene stof (electrolyt) gaat,
electroden; m en n in fig 428 zijn dus de electroden; de plaats der intrede van den
stroom of de positieve pool heet anode, de plaats waar de stroom buitenden
electrolyt treedt, de negatieve pool derhalve, noemt hij kathode. Verder wil hij
de stoffen of bestanddeelen vau de ontlede electrolyten, tonen genoemd hebben,
en wel dat, hetwelk aan de positieve pool of anode optreedt, anion, en dat aan
de kathode vrij wordt kation.
Bij de ontleding der metaaloxyden (zie bladz. 46) verschijnt de zuurstof aan
de positieve pool en het metaal aan de negatieve. Heeft men een poedervormig
metaal-oxyde met water bevochtigd, en stelt men dit aan de werking van de gal-
vanische keten bloot, dan treden weldra, als de kolom krachtig genoeg werkt,
kleine metaalkogeltjes aan de negatieve pool uit het oxyde te voorschijn.
Door deze ontdekkingen verkreeg sedert den jare 1807 de scheikunde een ge-
heel ander aanzien. De woorden scheikundige aantrekkingskracht en keurver-
wantschap (zie bladz. 4^) geraken hoe langer hoe meer bij de scheikundigen in
onbruik , en zoo zulks het geval niet is, zij verkrijgen zeker eene geheel andere
beteekenis, Alle scheikundige werkingen worden verklaard uit electrische ver-
schijnselen. De scheikundige verbindingen, meent men, zijn alleen het gevolg
van de aantrekking, die positief-electrische ligchamen op de negatief-electrische,
en omgekeerd, uitoefenen. Scheikundige verdeeling van een ligchaam zou dus
het gevolg zijn van het bijbrengen eener andere stof, die sterker positief- ol
negatief-electrisch is dan dein het ligchaam verbondene grondstoffen, waardoor
deze uit hare verbinding worden losgerukt. Even als zink en koper, in aanraking
gebragt zijnde, tegenovergesteld electrisch worden, zoo worden, naar de tegen-
woordige electriciteits-scheikundige [electro-chemisché] leer, de atomen van elke
twee enkelvoudige stoffen (zie bladz. 46) tegenovergesteld electrisch, en alle
elementen of grondstoffen zouden derhalve leden eener reeks zijn, gelijkvormig
aan die, welke op bladz 661 is opgegeven; boven aan die reeks staat zuurstof, uit-
makende het negatieve einde der reeks, dau volgt de zwavel, daarna nog 51 andere
stofl'en, en onder aan, aan het positieve einde, staat het potaseh-metaal of
polassium.
Hoe meer de zuurstof in eene of andere verbinding de overhand heeft, hoe
sterker negatief de verbinding blijft. Deze negatieve verbindingen of paren
worden zuren genoemd. De oxyden vormen doorgaans positieve verbindingen.
En wanneer nu zulk eene positieve verbinding met eene sterk negatieve verbin-
ding weder verbindingen aangaat, krijgen deze den naam van zouten. Het nega-