Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.697
geworden, omdat de breedte 2 maal meer bedraagt, zoo is de tegenstand r nog
2 maai kleiner dan bij de eerste rangschikking, eu in het geheel dus 2X2
maal kleiner dan bij N*. 1.
Plaatst meu de batterij als in N'. 3, dan is de lengte der achter elkander
staande cellen 3 maal minder dan in N'. 1, dus de electromotorische kracht e
ook 3 maal zwakker, maar ook de tegenstand in de batterij is 3 maal minder,
zoowel wat de lengte als breedte betreft, dat wil zeggen (daar die breedte 3 maal
grooter geworden is), de tegenstand des strooms is bij de laatstgenoemde ver-
eeniging 3X3 maal minder.
Bij de rangschikking N*. 4 Is de tegenstand 6 X ^ kleiner dan in N* 3,
maar ook e 6 maal minder, dit behoeft geeue nadere toelichting.
Thans is het bewijs gemakkelijk te geven. Laat de electromotorische kracht in
een zeker aantal cellen weder e, en de geleidingstegenstand r zijn. Dan zal, wan-
neer deze kolom door een' sluitdraad gesloten wordt, wiens tegenstand ook r is,
volgens de wet van Ohm, s = —^— (H of ä = zijn. Wordt nu
de uit enkele platenparen bestaande batterij (zie N'. 1) a maal korter gemaakt,
dan is zij ook, met behoud van hetzelfde aantal cellen, tegelijk a maal breeder ge-
worden; de electromotorische kracht wordt nu —, ende geleidingstegenstand in de
a
batterij de stroomsterkte is dus in het bestaande geval zie vergelijking (1)
r
a
e
; of telleren noemer met a vermenigvuldigende, s* =
r
flï -f-»- a H-
Nu is bij den noemer der breuk in vergelijking (1) de tegenstand r

met 2 vermenigvuldigd, en in de vergelijking (2) is die tegenstand r met een ge-
tal vermenigvuldigd, dat stellig grooter dan 2 is, want welk getal men ook voor
a daar nemen moge, altijd is— a grooter dan 2. De noemer der breuk (2)
a
is dus altijd grooter dan die der breuk (1). Bijgevolg is^ altijd grooter dan s'.
Daar nu de breuk (1) de waarde beteekent van de sterkte des strooms, indien
de tegenstand in de batterij zoo groot is als die in den sluitdraad, en de breuk
(2) de stroomsterkte uitdrukt, ingeval de cellen op eene andere wijze geran
schikt worden, zoo is de zaak bewezen.
Stel nu eens, om deze verklaring op een bijzonder geval toe le passen, dat wij
12 grovesche cellen hebben, en willen weten, hoedanig deze moeten gerangschikt
worden, om bij sluiting met een draad, welks geleidingstegenstand 10 is bevon-
den te zijn, den grootst mogehjken stroom te verkrijgen.