Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.696
krijgen, zoo stel, dat wij hebben zes zink-koper elementen, dus zes cellen,
waarvan het koper uit de voorgaande cel, zooals vroeger altijd is voorondersteld,
met het zink der volgende cel is vereenigd, dan zal de batterij zijn ingerigt
zooals bovenstaande schets N°. 1 aanwijst; plaatsen wij de cellen zooals in N".
2, zoodat wij de lengte der kolom tot op de helft ingekort en de beide eind
zinkplaten der twee rijen, zoowel als de beide eind koperplaten elk aan eenen
draad vereenigd hebben, dan verkrijgen wij 3 dubbeld-cellen. Zetten wij de cel-
len als in W 3, en heeft de vereeniging op de door streepjes aangegevene wijze
plaats, dau ontstaan er 2 drievoudige cellen; het is hier of zink en koper eene
drie maal grootere uitgebreidheid hebben verkregen. Voegt men eindelijk de
cellen zamen zoo als N°. 4 ze aangeeft, dan verkrijgen wij slechts 1 zesvoudige
cel. Koper en zinkplaten zijn als het ware zesmaal zoo groot geworden. Onder-
zoeken wij nu eens, hoe het bij deze wijzigingen met de stroomsterkte gesteld is.
Nogmaals zij vooraf het volgende herinnerd : wanneer ^ de sterkte van den
stroom beteekent, e de electromotorische kracht en r den tegenstand, die den
stroom in de batterij geboden woi"dt, vooronderstellende wij dan, dat er geen
tegenstand in den korten, goed geleidenden sluitdraad aanwezig is, zoo wordt s -77-
——, want e werkt vermeerderend, r verminderend op de stroomsterkte, Is nu
daarenboven de tegenstand in den draad l en deze van eene bekende grootte, zoo
vermindert de afwijking der naald, eu noemen wij nu die verminderde stroom-
sterkte dan is s' -Daar wij nu voor 5 en s' de tangenten der afwy-
kingshoeken kunnen stellen, zoo kunnen wij altijd, volgens de op bladz. 693
aangegevene wijze, de electromotorische kracht e en den tegenstand r in de batterij
berekenen. De tegenstand l wordt altijd, zoo als gezegd is, uitgedrukt in eenheden,
die bestaan uit den tegenstand, welken een eind zuiver koperdraad van 1 el lengte
en 1 streep middellijn aanbiedt. Hoe groot die eenheid is, doet hier niets ter
zake; zij dient slechts, om de betrekkelijke grootte der tegenstanden uit te druk-
ken. De tegenstand / in eiken draad vinden wij op de wijze, die op bladz. 693 is
kenbaar gemaakt. Wij hebben al deze zaken herhaald, omdat vau haar regt
begrip vele der volgende bijzonderheden afhangen, eu kunnen nu tot het
voorgenomen onderzoek overgaan.
De volgende waarheid is toepasselijk op alle soorten eu op elk aantal van ele-
menten: men verkrijgt de grootst mogelijke stroomsterkte van een zeker aantal gal-
vanische elementen, indien men ze zoodanig rangschikt, dat de tegenstand in de bat-
terij even groot is als de tegenstand in den sluitdraad. W^ij willen dit trachten aan
te toonen of te bewijzen-
Zet men, zoo als in N°. 2 (zie boven) drie cellen in plaats van 6, zooals in N",
1, achter elkander, dan verkrijgen wij (zie bladz. 682), eene 2 maal zwakkere
electromotorische kracht in elke rij, maar ook (zie dezelfde bladz. ) eenen 2 maal
minderen tegenstand, — en daar de platen nu als het ware 2 maal grooter zijn