Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.693
Na eerst de tangeoten-boussole alleen tusschen de pooldraden geschoven te
hebhen, vindt raen de afwijking vande naald 43,2'; voor de tangens van dieu
hoek geeft de sinustafel ruim 0,939 aan, en wij hebben derhalve, volgens de
wet van Ohm, 0,939 zrr ——(a), wanneer c de E voortbrengende kracht in de
r
batterij beteekent, en rden geleidingstegenstand in die batterij zelve; de tegen-
stand der tangenten-boussole komt hier niet iu aanmerking. Nu schuift men
een draad tusschen de boussole en een der polen, welks tegenstand door vroegere
— proeven, uitgedrukt in de meergenoemde eenheid, bijvoorbeeld 35 bedraagt;
indien nu deze de naald tot 26,8'doet afwijken, waarvan de tangens ongeveer
0,505 is, dan hebben wij (zie blz, 682) 0,505 — --; uit deze en
r O 3
de bovenstaande vergelijking (a) vinden wij : e 38,217 en r = ^0,73; zoo-
dat thans de electromotorische kracht en de tegenstandbieding der batterij
zelve bekend zijn. Stel nu dat de laatste draad weder wordt weggenomen, en in
zijne plaats die gesteld, welks tegenstand men wil onderzoeken. Geeft nu de
naald 21,75* afwijking, waarvan de tangens 0,399 is, zoo hebben wij : 0,399 =
p 38 217
of 0,399 nr ., —;—> zijnde x de gezochte tegenstand. Uit deze
r — 40,73 + x'
vergelijking vinden wij dan x = 55 ruim; waardoor dus de vraag is opgelost.
Ongetwijfeld zal men hebben opgemerkt, dat het vrij lastig zijn moet, om tus-
schen de beide pooldraden gedurig draden te schuiven, verschillende in soort
eu in lengte, hetgeen toch, ter verkrijging van bovengenoemde uitkomsten,
noodzakelijk is. Om dit gemakkelijk te maken, hebben Wheatstone, Jacobi,
Poggendorf en andere verschillende inrigtingen tot stand gebragt, die bekend
zijn onder Óen naam van Rheostalen. Wij zullen slechts den rheostaal van Wheat-
stone vermelden, de overigen komen toch in aard met dezen vrij wel overeen.
In fig. 426 stelt a een cilinder voor van droog hout, en 6 een' van messing of
geel koper. Beiden hebben volmaakt dezelfde afmeting, en zijn ongeveer 2 palm
lang en 4 duim in middellijn. De assen van beiden liggen evenwijdig aan elk-
ander. In den houten cilinder a is een smalle, zeer ondiepe schroefdraad ge-
sneden, die een' langen dunnen messingdraad opneemt, welks eene einde is be-
vestigd aan eenen koi)eren ring, die bij rf om den houten cilinder vast ligt; het
andere einde van den draad is bij e gehecht op den metalen cilinder 6. Bij x en
z staan kolommetjes van messing, van openingen, voorzien, waarin draden kun-
nen worden vastgeschroefd. Aan beide kolommetjes zijn metalen veéren n en »«
verbonden, vau welke de eene bij d op den metalen ring, en de andere bij p op
den vooruitstekenden rand des metalen cilinders 6 drukt. Wanneer de cilinders-
worden rondgedraaid, drukken deze veéren er gestadig tegen aan. De kruk 7
is tol dit omdraaijen bestemd, en kan worden weggenomen en op de as van
den anderen cilinder b worden gestoken; ligt zij op den cilinder a en draait raen
regts, zoo wordt de draad van den koperen cilinder 6 op den houten gewikkeld;